Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK NEGENTIEN

Artikel 19.4

Algemene beginselen

Onderdeel van Brede Economische en Handelsovereenkomst tussen Canada, enerzijds, en de Europese Unie en haar lidstaten, anderzijds· Financieel en economisch recht

1. Ten aanzien van alle maatregelen betreffende de onder dit hoofdstuk vallende opdrachten behandelt elke partij, met inbegrip van haar aanbestedende entiteiten, goederen en diensten uit de andere partij en aanbieders uit de andere partij die die goederen of diensten aanbieden, onmiddellijk en onvoorwaardelijk niet minder gunstig dan zij, met inbegrip van haar aanbestedende entiteiten, interne goederen, diensten en aanbieders behandelt. Voor alle duidelijkheid: een dergelijke behandeling omvat: in Canada, een behandeling die niet minder gunstig is dan die welke door een provincie of territorium, met inbegrip van de aanbestedende entiteiten daarvan, wordt toegekend aan goederen, diensten en aanbieders uit die provincie of dat territorium; en binnen de Europese Unie, een behandeling die niet minder gunstig is dan die welke door een lidstaat of een subcentrale regio van een lidstaat, met inbegrip van de aanbestedende entiteiten daarvan, wordt toegekend aan goederen, diensten en aanbieders uit die lidstaat of regio, naargelang van het geval. 2. Ten aanzien van alle maatregelen betreffende de onder dit hoofdstuk vallende opdrachten ziet een partij, met inbegrip van haar aanbestedende entiteiten, erop toe: dat een lokaal gevestigde aanbieder niet minder gunstig wordt behandeld dan een andere plaatselijk gevestigde aanbieder op grond van de mate waarin het kapitaal ervan of de zeggenschap erover in buitenlandse handen is; en dat een lokaal gevestigde aanbieder niet wordt gediscrimineerd op grond van het feit dat de door die aanbieder voor een bepaalde opdracht aangeboden goederen of diensten afkomstig zijn uit de andere partij. 3. Wanneer een onder dit hoofdstuk vallende opdracht wordt aanbesteed met elektronische middelen: ziet de aanbestedende entiteit erop toe dat voor de aanbesteding informatietechnologiesystemen en software, die betreffende de authenticatie en encryptie van informatie daaronder begrepen, worden gebruikt die algemeen beschikbaar zijn en interoperabel met andere algemeen beschikbare informatietechnologiesystemen en software; en hanteert de aanbestedende entiteit mechanismen die de integriteit van verzoeken om deelname en van inschrijvingen waarborgen, onder meer door het tijdstip van ontvangst te registreren en ongeoorloofde toegang te voorkomen. 4. Een aanbestedende entiteit ziet erop toe dat onder dit hoofdstuk vallende opdrachten worden aanbesteed op een transparante en onpartijdige wijze: die in overeenstemming is met dit hoofdstuk, waarbij gebruik wordt gemaakt van methoden als openbare aanbesteding, aanbesteding met voorafgaande selectie en onderhandse aanbesteding; waarbij belangenconflicten worden vermeden; en waarbij corruptie wordt voorkomen. 5. Met betrekking tot onder dit hoofdstuk vallende opdrachten mag een partij op uit de andere partij ingevoerde goederen of uit de andere partij verleende diensten geen oorsprongsregels toepassen die afwijken van de oorsprongsregels die zij op dat moment op de invoer van dezelfde goederen of de verlening van dezelfde diensten uit diezelfde partij in het normale handelsverkeer toepast. 6. Met betrekking tot onder dit hoofdstuk vallende opdrachten mogen de partijen en hun aanbestedende entiteiten geen compensatie vragen, in aanmerking nemen, opleggen of afdwingen. 7. De leden 1 en 2 zijn niet van toepassing op: douanerechten en heffingen van ongeacht welke aard die bij invoer of in verband met invoer worden geïnd; de wijze van inning van deze rechten en heffingen; andere invoerregelingen of -formaliteiten en maatregelen die gevolgen hebben voor de handel in diensten, andere dan maatregelen betreffende onder dit hoofdstuk vallende overheidsopdrachten.

Rechtspraak bij dit artikel