Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK TWEE

Artikel 2.8

Tijdelijke schorsing van preferentiële tariefbehandeling

Onderdeel van Brede Economische en Handelsovereenkomst tussen Canada, enerzijds, en de Europese Unie en haar lidstaten, anderzijds· Financieel en economisch recht

1. Een partij kan de krachtens deze overeenkomst toegekende preferentiële tariefbehandeling overeenkomstig de leden 2 tot en met 5 tijdelijk schorsen voor een door een persoon uit de andere partij uitgevoerd of geproduceerd goed, indien zij: vaststelt, naar aanleiding van een onderzoek op basis van objectieve, onweerlegbare en verifieerbare informatie, dat de persoon uit de andere partij systematisch de douanewetgeving heeft overtreden om een preferentiële tariefbehandeling te krijgen krachtens deze overeenkomst; of vaststelt dat de andere partij systematisch en zonder rechtvaardiging weigert samen te werken bij het onderzoek inzake overtredingen van de douanewetgeving in het kader van artikel 6.13 (Samenwerking), lid 4, en de partij die op basis van objectieve, onweerlegbare en verifieerbare informatie om samenwerking verzoekt, gegronde redenen heeft om te concluderen dat de persoon uit de andere partij systematisch de douanewetgeving heeft overtreden om een preferentiële tariefbehandeling te krijgen krachtens deze overeenkomst. 2. Een partij die een vaststelling als bedoeld in lid 1 heeft gedaan: stelt de douaneautoriteit van de andere partij daarvan in kennis en verstrekt de informatie en het bewijsmateriaal waarop de vaststelling werd gebaseerd; start overleg met de autoriteiten van de andere partij om te komen tot een voor beide partijen aanvaardbare oplossing die tegemoetkomt aan de bezwaren die tot de vaststelling hebben geleid; en stelt die persoon uit de andere partij schriftelijk in kennis en verstrekt daarbij onder meer de informatie waarop de vaststelling is gebaseerd. 3. Indien de autoriteiten na dertig dagen niet tot een voor beide partijen aanvaardbare oplossing zijn gekomen, verwijst de partij die de vaststelling heeft gedaan, de zaak naar het Gemengd Comité douanesamenwerking. 4. Indien het Gemengd Comité douanesamenwerking de zaak na zestig dagen niet heeft opgelost, kan de partij die de vaststelling heeft gedaan, de preferentiële tariefbehandeling voor dat goed van die persoon uit de andere partij krachtens de onderhavige overeenkomst tijdelijk schorsen. De tijdelijke schorsing geldt niet voor een goed dat reeds onderweg is tussen de partijen op de dag dat de tijdelijke schorsing van kracht wordt. 5. De partij die krachtens lid 1 de tijdelijke schorsing toepast, doet dit slechts voor een periode die in verhouding staat tot de gevolgen voor haar financiële belangen zoals veroorzaakt door de situatie die tot de vaststelling als bedoeld in lid 1 heeft geleid; deze periode bedraagt maximaal negentig dagen. Indien de partij gelet op objectieve, onweerlegbare en verifieerbare informatie gegronde redenen heeft om aan te nemen dat de omstandigheden die tot de oorspronkelijke schorsing hebben geleid, na het verstrijken van de termijn van negentig dagen ongewijzigd zijn, kan die partij de schorsing met maximaal negentig dagen verlengen. De oorspronkelijke schorsing en eventuele verlengde schorsingen zijn voorwerp van periodiek overleg in het Gemengd Comité douanesamenwerking.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel