Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK TWINTIG › AFDELING B › ONDERAFDELING C

Artikel 20.19

Bescherming van in bijlage 20-A opgenomen geografische aanduidingen

Onderdeel van Brede Economische en Handelsovereenkomst tussen Canada, enerzijds, en de Europese Unie en haar lidstaten, anderzijds· Financieel en economisch recht

1. Na de geografische aanduidingen van de andere partij te hebben onderzocht, kent elke partij daaraan het in deze onderafdeling neergelegde beschermingsniveau toe. 2. Elke partij voorziet in de wettelijke middelen voor de belanghebbenden om: het gebruik te voorkomen van een in bijlage 20-A opgenomen geografische aanduiding van de andere partij voor een product dat is ingedeeld in de in bijlage 20-A voor die geografische aanduiding vermelde productcategorie en dat: niet van oorsprong is uit de in bijlage 20-A voor die geografische aanduiding vermelde plaats van oorsprong; dan wel van oorsprong is uit de in bijlage 20-A voor die geografische aanduiding vermelde plaats van oorsprong, maar niet is geproduceerd of vervaardigd in overeenstemming met de wet- en regelgeving van de andere partij die zou gelden wanneer het product zou zijn bestemd voor consumptie in de andere partij; het gebruik te voorkomen van middelen in de benaming of voorstelling van waren waarmee wordt aangegeven of gesuggereerd dat de waren in kwestie van oorsprong zijn uit een ander geografisch gebied dan de werkelijke plaats van oorsprong op een wijze die het publiek misleidt ten aanzien van de geografische oorsprong van de waren; en elk ander gebruik te voorkomen dat een daad van oneerlijke mededinging vormt in de zin van artikel 10 bis van het Verdrag van Parijs tot bescherming van de industriële eigendom, gedaan te Stockholm op 14 juli 1967. 3. De bescherming als bedoeld in lid 2, onder a), wordt ook verleend wanneer de werkelijke oorsprong van het product is aangegeven, een vertaling van de geografische aanduiding wordt gebruikt of de geografische aanduiding vergezeld gaat van uitdrukkingen als „genre”, „type”, „stijl”, „imitatie” en dergelijke. 4. Elke partij voorziet binnen de grenzen van haar wetgeving in bestuursrechtelijke handhavingsmaatregelen om een persoon te verbieden op onjuiste, misleidende of bedrieglijke wijze of op zodanige wijze dat een verkeerde indruk van de oorsprong ervan dreigt te worden gegeven, een levensmiddel te fabriceren, bereiden, verpakken, etiketteren, verkopen, in te voeren of daarvoor reclame te maken. 5. Elke partij voorziet in overeenstemming met lid 4 in bestuursrechtelijke maatregelen met betrekking tot klachten in verband met de etikettering van producten, met inbegrip van de voorstelling ervan, op onjuiste, misleidende of bedrieglijke wijze of op zodanige wijze dat een verkeerde indruk van de oorsprong ervan wordt gegeven. 6. Een partij weigert ambtshalve de inschrijving van een handelsmerk dat een in bijlage 20-A opgenomen geografische aanduiding van de andere partij omvat of uit een dergelijke geografische aanduiding bestaat, of verklaart deze ambtshalve nietig als dit volgens haar wetgeving is toegestaan, dan wel op verzoek van een belanghebbende, met betrekking tot een product dat is ingedeeld onder de in bijlage 20-A voor die geografische aanduiding vermelde productcategorie en dat niet van oorsprong is uit de in bijlage 20-A voor die geografische aanduiding vermelde plaats van oorsprong. 7. Er bestaat krachtens deze onderafdeling geen verplichting tot bescherming van geografische aanduidingen die op de plaats van oorsprong ervan niet of niet langer zijn beschermd of op die plaats in onbruik zijn geraakt. Als een in bijlage 20-A opgenomen geografische aanduiding van een partij op de plaats van oorsprong ervan niet langer wordt beschermd of op die plaats in onbruik raakt, stelt de betrokken partij de andere partij hiervan in kennis en verzoekt zij om schrapping daarvan.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel