**1.** Elke partij bepaalt dat haar rechterlijke instanties in civiele procedures voor de handhaving van intellectuele-eigendomsrechten de bevoegdheid hebben een partij te gelasten een inbreuk te staken, en onder andere die partij, of in voorkomend geval een derde over wie de desbetreffende rechterlijke instantie jurisdictie heeft, te gelasten te beletten dat inbreuk makende goederen in het verkeer worden gebracht.
**2.** Niettegenstaande de andere bepalingen van deze afdeling kan een partij de corrigerende maatregelen die kunnen worden genomen tegen het gebruik door de overheid of door daartoe door de overheid gemachtigde derden, zonder toestemming van de houders van het recht, beperken tot betaling van een vergoeding, mits de bepalingen van deel II van de TRIPs-Overeenkomst die specifiek betrekking hebben op dergelijk gebruik, door die partij worden nageleefd. In andere gevallen zijn de corrigerende maatregelen krachtens deze afdeling van toepassing of dienen er, wanneer deze corrigerende maatregelen onverenigbaar zijn met het recht van een partij, declaratoire vonnissen en adequate schadeloosstelling te kunnen worden verkregen.
HOOFDSTUK TWINTIG › AFDELING C
Artikel 20.39
Rechterlijke bevelen
Onderdeel van Brede Economische en Handelsovereenkomst tussen Canada, enerzijds, en de Europese Unie en haar lidstaten, anderzijds· Financieel en economisch recht