**1.** Ten behoeve van civiele procedures in verband met auteursrechten of naburige rechten volstaat het, opdat de auteur van een werk van letterkunde of kunst als zodanig wordt beschouwd en derhalve gerechtigd is om een procedure wegens inbreuk in te leiden, dat zijn/haar naam op de gebruikelijke wijze op het werk wordt vermeld, behoudens bewijs van het tegendeel. Bewijs van het tegendeel kan inschrijving omvatten.
**2.** Lid 1 geldt mutatis mutandis voor houders van naburige rechten ten aanzien van hun beschermde materiaal.
HOOFDSTUK TWINTIG › AFDELING C
Artikel 20.42
Vermoeden van auteurschap of houderschap van rechten
Onderdeel van Brede Economische en Handelsovereenkomst tussen Canada, enerzijds, en de Europese Unie en haar lidstaten, anderzijds· Financieel en economisch recht