**1.** Elke partij bepaalt dat haar bevoegde autoriteiten van een houder van een recht die om toepassing van de in artikel 20.43 bedoelde procedures verzoekt, verlangen dat hij voldoende bewijs levert om ten genoegen van de bevoegde autoriteiten aan te tonen dat er, naar het recht van de partij die de procedures heeft vastgelegd, prima facie sprake is van een inbreuk op zijn intellectuele-eigendomsrecht en dat hij voldoende informatie waarover hij redelijkerwijs mag worden geacht te beschikken, verstrekt om de verdachte goederen gemakkelijk herkenbaar te doen zijn voor de bevoegde autoriteiten. Het vereiste dat voldoende informatie wordt verstrekt, mag niet op onredelijke wijze weerhouden van gebruikmaking van de in artikel 20.43 bedoelde procedures.
**2.** Elke partij bepaalt dat verzoeken kunnen worden ingediend om de vrijgave van in artikel 20.43 bedoelde goederen die zich op haar grondgebied onder douanetoezicht bevinden en waarvan wordt vermoed dat zij inbreuk maken op een intellectuele-eigendomsrecht, op te schorten of om die goederen vast te houden. Het vereiste om in dergelijke verzoeken te voorzien, is onderworpen aan de verplichtingen om in de in artikel 20.43, leden 4 en 5, bedoelde procedures te voorzien. De bevoegde autoriteiten kunnen bepalen dat dergelijke verzoeken op meervoudige zendingen van toepassing zijn. Elke partij kan bepalen dat het verzoek tot opschorting van de vrijgave of tot het vasthouden van verdachte goederen betrekking kan hebben op bepaalde punten van binnenkomst en van uitgang onder douanetoezicht, op verzoek van de houder van het recht.
**3.** Elke partij ziet erop toe dat haar bevoegde autoriteiten de verzoeker binnen een redelijke termijn ervan in kennis stellen of zij gevolg geven aan zijn verzoek. Wanneer de bevoegde autoriteiten van een partij gevolg geven aan het verzoek, stellen zij de verzoeker ook in kennis van de geldigheidstermijn van het verzoek.
**4.** Elke partij kan bepalen dat haar bevoegde autoriteiten de bevoegdheid hebben een verzoek af te wijzen, aan te houden of nietig te verklaren, wanneer de verzoeker misbruik heeft gemaakt van de in artikel 20.43 bedoelde procedures of wanneer daartoe anderszins gegronde reden is.
HOOFDSTUK TWINTIG › AFDELING D
Artikel 20.44
Verzoek van houder van recht
Onderdeel van Brede Economische en Handelsovereenkomst tussen Canada, enerzijds, en de Europese Unie en haar lidstaten, anderzijds· Financieel en economisch recht