**1.** Ten aanzien van geschillen uit hoofde van dit hoofdstuk kunnen de partijen enkel de in dit hoofdstuk voorziene regels en procedures inroepen.
**2.** De partijen doen alles wat in hun vermogen ligt om een geschil op een voor beide partijen aanvaardbare wijze op te lossen. De partijen kunnen te allen tijde gebruikmaken van goede diensten, conciliatie of bemiddeling om dat geschil te beslechten.
**3.** De partijen zijn het erover eens dat de verplichtingen in het kader van dit hoofdstuk bindend zijn en afdwingbaar in het kader van de geschillenbeslechtingsprocedures overeenkomstig artikel 23.10. In dit verband bespreken de partijen, door middel van de bijeenkomsten van het Comité voor handel en duurzame ontwikkeling, de doeltreffendheid van de uitvoering van de bepalingen van het hoofdstuk, de beleidsontwikkelingen in elke partij, de ontwikkelingen op het gebied van internationale overeenkomsten, en de door belanghebbenden voorgelegde standpunten, alsmede eventuele herzieningen van de geschillenbeslechtingsprocedures als bedoeld in artikel 23.10.
**4.** In geval van onenigheid in het kader van lid 3 kan een partij verzoeken om overleg overeenkomstig de procedures van artikel 23.9, teneinde de bepalingen inzake geschillenbeslechting van artikel 23.10 te evalueren met het oog op het vinden van een voor elke partij aanvaardbare oplossing voor de aangelegenheid.
**5.** Het Comité voor handel en duurzame ontwikkeling kan aan het Gemengd Comité voor de CETA aanbevelingen doen voor wijzigingen van daarvoor in aanmerking komende bepalingen van dit hoofdstuk, in overeenstemming met de wijzigingsprocedures die zijn neergelegd in artikel 30.2 (Wijzigingen).
HOOFDSTUK DRIEËNTWINTIG
Artikel 23.11
Geschillenbeslechting
Onderdeel van Brede Economische en Handelsovereenkomst tussen Canada, enerzijds, en de Europese Unie en haar lidstaten, anderzijds· Financieel en economisch recht