Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK DRIEËNTWINTIG

Artikel 23.3

Multilaterale arbeidsnormen en -overeenkomsten

Onderdeel van Brede Economische en Handelsovereenkomst tussen Canada, enerzijds, en de Europese Unie en haar lidstaten, anderzijds· Financieel en economisch recht

1. Elke partij ziet erop toe dat haar arbeidswetgeving en -praktijken uitgaan van bescherming van de fundamentele beginselen en rechten op het werk die hieronder worden opgesomd, en ook in die bescherming voorzien. De partijen bevestigen dat zij streven naar eerbiediging, bevordering en verwezenlijking van die beginselen en rechten overeenkomstig de verplichtingen van de leden van de Internationale Arbeidsorganisatie („IAO”) en de verbintenissen in het kader van de IAO-verklaring inzake fundamentele beginselen en rechten op het werk en de follow-up daarvan uit 1998, zoals aangenomen door de Internationale Arbeidsconferentie tijdens haar 86e zitting: de vrijheid van vereniging en de daadwerkelijke erkenning van het recht op collectieve onderhandelingen; de uitbanning van alle vormen van dwangarbeid of verplichte arbeid; de daadwerkelijke afschaffing van kinderarbeid; en de uitbanning van discriminatie met betrekking tot werk en beroep. 2. Elke partij ziet erop toe dat haar arbeidswetgeving en -praktijken de volgende, in de agenda voor fatsoenlijk werk van de IAO opgenomen doelstellingen bevorderen, in overeenstemming met de IAO-verklaring over sociale gerechtigheid voor een eerlijke mondialisering van 2008, zoals aangenomen door de Internationale Arbeidsconferentie tijdens haar 97e zitting, en andere internationale verbintenissen: gezondheid en veiligheid op het werk, met inbegrip van de preventie van beroepsgebonden letsel of ziekte en compensatie in geval van dergelijke letsels of ziekten; vaststelling van aanvaardbare arbeidsrechtelijke minimumvoorschriften voor loontrekkenden, met inbegrip van hen die niet onder een collectieve overeenkomst vallen; en gelijke behandeling met betrekking tot de arbeidsvoorwaarden, met inbegrip van die voor migrerende werknemers. 3. Overeenkomstig lid 2, onder a), ziet elke partij erop toe dat haar arbeidswetgeving en -praktijken van bescherming uitgaan en bescherming bieden voor arbeidsomstandigheden die de gezondheid en de veiligheid van werknemers eerbiedigen, onder meer door het formuleren van beleid dat de fundamentele beginselen bevordert die gericht zijn op de preventie van ongevallen en letsels die voortvloeien uit of voorvallen tijdens het werk, en op de ontwikkeling van een preventieve veiligheids- en gezondheidscultuur, waarbij het beginsel van preventie de hoogste prioriteit wordt toegekend. Bij de opstelling en uitvoering van maatregelen ter bescherming van de gezondheid en de veiligheid op het werk houdt elke partij rekening met de bestaande wetenschappelijke en technische informatie ter zake en de desbetreffende internationale normen, richtsnoeren of aanbevelingen, indien de maatregelen de handel of de investeringen tussen de partijen kunnen beïnvloeden. De partijen erkennen dat in geval van bestaande of potentiële gevaren of omstandigheden waarvan redelijkerwijs kan worden verwacht dat zij tot letsel of ziekte van een natuurlijke persoon leiden, een partij het ontbreken van volledige wetenschappelijke zekerheid niet aangrijpt als reden om kosteneffectieve beschermende maatregelen uit te stellen. 4. Elke partij herbevestigt haar verbintenis om in haar wetgeving en praktijken op haar hele grondgebied daadwerkelijk uitvoering te geven aan de fundamentele IAO-verdragen die Canada en de lidstaten van de Europese Unie respectievelijk hebben geratificeerd. De partijen blijven zich onafgebroken inspannen om de fundamentele IAO-verdragen te ratificeren indien zij dat niet reeds hebben gedaan. De partijen wisselen informatie uit over hun respectieve situatie en de voortgang die zij respectievelijk maken met betrekking tot de ratificatie van de fundamentele, prioritaire en andere IAO-verdragen die door de IAO als actueel worden gekenmerkt.

Rechtspraak bij dit artikel