Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK DRIEËNTWINTIG

Artikel 23.8

Institutionele mechanismen

Onderdeel van Brede Economische en Handelsovereenkomst tussen Canada, enerzijds, en de Europese Unie en haar lidstaten, anderzijds· Financieel en economisch recht

1. Elke partij wijst een dienst aan die voor de uitvoering van de bepalingen van dit hoofdstuk fungeert als contactpunt voor de andere partij, onder meer met betrekking tot: samenwerkingsprogramma's en -activiteiten overeenkomstig artikel 23.7; de ontvangst van opmerkingen en communicatie op grond van artikel 23.9; en informatie die moet worden verstrekt aan de andere partij, de deskundigenpanels en het publiek. 2. Elke partij stelt de andere partij schriftelijk in kennis van het in lid 1 bedoelde contactpunt. 3. Het Comité voor handel en duurzame ontwikkeling dat is ingesteld bij artikel 26.2 (Gespecialiseerde comités), lid 1, onder g), zal, in het kader van zijn gewone bijeenkomsten of bijzondere zittingen met deelnemers die verantwoordelijk zijn voor onder dit hoofdstuk vallende aangelegenheden: toezien op de uitvoering van de bepalingen van dit hoofdstuk en de in het kader van dit hoofdstuk verwezenlijkte voortgang evalueren, met inbegrip van de werking en de doeltreffendheid ervan; en alle andere binnen het toepassingsgebied van dit hoofdstuk vallende aangelegenheden bespreken. 4. Elke partij roept een nieuwe adviesgroep voor vraagstukken op het gebied van arbeid of duurzame ontwikkeling bijeen, of pleegt overleg met haar desbetreffende interne adviesgroepen, teneinde standpunten en adviezen over met dit hoofdstuk verband houdende aangelegenheden te horen en te inventariseren. Deze groepen bestaan uit onafhankelijke representatieve organisaties uit het maatschappelijk middenveld, met een evenwichtige vertegenwoordiging van werkgevers, vakbonden, arbeids- en bedrijfsorganisaties alsmede van andere belanghebbenden ter zake in voorkomend geval. Zij kunnen op eigen initiatief advies uitbrengen en aanbevelingen doen over elke met dit hoofdstuk verband houdende aangelegenheid. 5. Elke partij staat open voor en houdt naar behoren rekening met de opmerkingen van het grote publiek over met dit hoofdstuk verband houdende aangelegenheden, waaronder communicatie over bezorgdheden inzake de uitvoering van de desbetreffende bepalingen. Elke partij stelt haar respectieve interne adviesgroepen voor vraagstukken op het gebied van arbeid of duurzame ontwikkeling op de hoogte van deze communicatie. 6. De partijen houden rekening met de werkzaamheden van de IAO teneinde een grotere samenwerking en meer samenhang tussen het werk van de partijen en de IAO te bevorderen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel