Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK VIJFENTWINTIG

Artikel 25.1

Doelstellingen en beginselen

Onderdeel van Brede Economische en Handelsovereenkomst tussen Canada, enerzijds, en de Europese Unie en haar lidstaten, anderzijds· Financieel en economisch recht

1. Op basis van hun hechte partnerschap en gedeelde waarden komen de partijen overeen samenwerking te vergemakkelijken inzake aangelegenheden van gemeenschappelijk belang, onder meer door: de bilaterale samenwerking te intensiveren op het gebied van biotechnologie via de dialoog inzake biotechnologievraagstukken in verband met markttoegang; de bilaterale dialoog en de uitwisseling van informatie te stimuleren en te faciliteren met betrekking tot kwesties die verband houden met de handel in bosproducten via de bilaterale dialoog inzake bosproducten; te streven naar een doelmatige samenwerking inzake grondstoffenkwesties en deze in stand te houden, via de bilaterale dialoog inzake grondstoffen; en meer samenwerking te bevorderen op het gebied van wetenschap, technologie, onderzoek en innovatie. 2. Tenzij in deze overeenkomst anders is bepaald, vinden bilaterale dialogen onverwijld op verzoek van een van de partijen of van het Gemengd Comité voor de CETA plaats. Het voorzitterschap van de dialogen wordt gezamenlijk bekleed door vertegenwoordigers van Canada en van de Europese Unie. De vergaderroosters en -agenda's worden vastgesteld op basis van onderlinge overeenstemming tussen de medevoorzitters. 3. De medevoorzitters van een bilaterale dialoog stellen het Gemengd Comité voor de CETA tijdig voorafgaand aan bijeenkomsten op de hoogte van de roosters en agenda's van bilaterale dialogen. De medevoorzitters van een bilaterale dialoog brengen aan het Gemengd Comité voor de CETA verslag uit over de resultaten en conclusies van een dialoog indien passend of op verzoek van het Gemengd Comité voor de CETA. De instelling of het bestaan van een dialoog staat er niet aan in de weg dat een partij een aangelegenheid direct aan het Gemengd Comité voor de CETA voorlegt. 4. Het Gemengd Comité voor de CETA kan besluiten de taak die is toegewezen in het kader van een dialoog, te wijzigen of zelf uit te voeren, of een dialoog stop te zetten. 5. De partijen kunnen met instemming van het Gemengd Comité voor de CETA deelnemen aan bilaterale samenwerking op andere gebieden in het kader van deze overeenkomst.

Rechtspraak bij dit artikel