**1.** De partijen werken met betrekking tot de door dit hoofdstuk bestreken vraagstukken samen. De partijen zijn het erover eens dat het Comité voor de handel in goederen dat is ingesteld bij artikel 26.2, lid 1, onder a):
toeziet op de uitvoering van de bepalingen van dit hoofdstuk;
door de andere partij voorgelegde kwesties die verband houden met het ontwikkelen, het vaststellen of het toepassen van normen, technische voorschriften of conformiteitsbeoordelingsprocedures, onverwijld behandelt;
op verzoek van een partij de discussie over de beoordeling van risico's of gevaar door de andere partij vergemakkelijkt;
de samenwerking bevordert tussen de normalisatie-instellingen en conformiteitsbeoordelingsorganen van de partijen;
informatie uitwisselt over normen, technische voorschriften of conformiteitsbeoordelingsprocedures, met inbegrip van die van derden of internationale organen wanneer er sprake is van wederzijds belang daarbij;
dit hoofdstuk evalueert in het licht van ontwikkelingen bij de WTO-Commissie technische handelsbelemmeringen of in het kader van de TBT-Overeenkomst en, indien nodig, aanbevelingen formuleert tot wijziging van dit hoofdstuk, ter overweging door het Gemengd Comité voor de CETA;
andere stappen onderneemt die door de partijen worden geacht van nut te zijn bij de uitvoering van de bepalingen van dit hoofdstuk en van de TBT-Overeenkomst, en bij het bevorderen van de handel tussen de partijen; en
brengt over de uitvoering van de bepalingen van dit hoofdstuk in voorkomend geval verslag uit aan het Gemengd Comité voor de CETA.
**2.** Indien de partijen niet in staat zijn een onder dit hoofdstuk vallende aangelegenheid op te lossen via het Comité voor de handel in goederen, kan het Gemengd Comité voor de CETA op verzoek van een partij een technische werkgroep ad hoc instellen om de handel te bevorderen. Wanneer een partij niet instemt met een verzoek van de andere partij tot instelling van een technische werkgroep, licht zij desgevraagd de redenen voor haar besluit toe. De technische werkgroep wordt door de partijen geleid.
**3.** Wanneer een partij om informatie heeft verzocht, verstrekt de andere partij de informatie, overeenkomstig de bepalingen van dit hoofdstuk, op papier of in elektronische vorm binnen een redelijke termijn. De partij streeft ernaar om op elk verzoek om informatie te antwoorden binnen een termijn van zestig dagen.
HOOFDSTUK VIER
Artikel 4.7
Tenuitvoerlegging van het hoofdstuk
Onderdeel van Brede Economische en Handelsovereenkomst tussen Canada, enerzijds, en de Europese Unie en haar lidstaten, anderzijds· Financieel en economisch recht