**1.** Een partij bij de overeenkomst mag rechtstreeks noch onrechtstreeks een onder de overeenkomst vallende investering nationaliseren of onteigenen door middel van maatregelen met een soortgelijk effect als nationalisatie of onteigening („onteigening”), behalve wanneer de onteigening:
geschiedt ten algemenen nutte;
geschiedt met inachtneming van een eerlijke rechtsgang;
niet-discriminerend is; en
geschiedt tegen betaling van snelle, adequate en doeltreffende schadeloosstelling.
Voor alle duidelijkheid: dit lid moet worden uitgelegd overeenkomstig bijlage 8-A.
**2.** De hoogte van de in lid 1 bedoelde schadeloosstelling is gelijk aan de billijke marktwaarde die de investering vertegenwoordigde onmiddellijk voorafgaand aan de onteigening of, als dit eerder is, het tijdstip waarop bekend werd dat onteigening zou volgen. De waarderingscriteria omvatten de goingconcernwaarde, de waarde van de activa, inclusief de aangegeven fiscale waarde van lichamelijke zaken, alsmede, in voorkomend geval, andere criteria voor de bepaling van de billijke marktwaarde.
**3.** De schadeloosstelling omvat tevens rente over de periode te rekenen vanaf de onteigeningsdatum tot de betalingsdatum, berekend tegen een normaal commercieel tarief, en wordt, om voor de investeerder doeltreffend te zijn, onverwijld uitbetaald en onverwijld overdraagbaar gemaakt naar het door de investeerder aangewezen land, in de valuta van het land waarvan de investeerder onderdaan is of in om het even welke vrij converteerbare valuta die de investeerder aanvaardt.
**4.** De betroffen investeerder heeft, krachtens het recht van de onteigenende partij bij de overeenkomst, recht op onverwijlde toetsing van zijn vordering en van de waardebepaling van zijn investering, overeenkomstig de in dit artikel neergelegde beginselen, door een rechterlijke instantie of andere onafhankelijke instantie van die partij bij de overeenkomst.
**5.** Dit artikel is niet van toepassing op de afgifte van dwanglicenties die worden verleend in verband met intellectuele-eigendomsrechten, voor zover die afgifte in overeenstemming is met de TRIPs-Overeenkomst.
**6.** Voor alle duidelijkheid: de intrekking, beperking of invoering van intellectuele-eigendomsrechten vormt geen onteigening, voor zover deze maatregelen in overeenstemming zijn met de TRIPs-Overeenkomst en met hoofdstuk twintig (Intellectuele eigendom). Bovendien kan uit de vaststelling dat deze maatregelen niet in overeenstemming zijn met de TRIPs-Overeenkomst of met hoofdstuk twintig (Intellectuele eigendom), niet worden afgeleid dat er sprake is van onteigening.
HOOFDSTUK ACHT › AFDELING D
Artikel 8.12
Onteigening
Onderdeel van Brede Economische en Handelsovereenkomst tussen Canada, enerzijds, en de Europese Unie en haar lidstaten, anderzijds· Financieel en economisch recht