**1.** Alle geschillen dienen voor zover mogelijk in der minne te worden geschikt. Een minnelijke schikking kan te allen tijde worden overeengekomen, ook nadat een verzoek overeenkomstig artikel 8.23 is ingediend. Tenzij de partijen bij het geschil een langere periode overeenkomen, vindt het overleg plaats binnen zestig dagen na de indiening van het verzoek om overleg overeenkomstig lid 4.
**2.** Tenzij de partijen bij het geschil anders overeenkomen, wordt het overleg gehouden:
te Ottawa, indien het bij de aangevochten maatregelen om maatregelen van Canada gaat;
te Brussel, indien de aangevochten maatregelen een maatregel van de Europese Unie omvatten; of
in de hoofdstad van de betrokken lidstaat van de Europese Unie, indien het bij de aangevochten maatregelen uitsluitend om maatregelen van die lidstaat gaat.
**3.** De partijen bij het geschil kunnen in voorkomend geval overleg plegen per videoconferentie of met gebruikmaking van andere hulpmiddelen, zoals in het geval van een investeerder die een kleine of middelgrote onderneming is.
**4.** De investeerder dient bij de andere partij bij de overeenkomst een verzoek om overleg in, met vermelding van:
de naam en het adres van de investeerder en, indien het verzoek wordt ingediend namens een plaatselijk gevestigde onderneming, de naam, het adres en de plaats van oprichting van de plaatselijk gevestigde onderneming;
indien er sprake is van meer dan één investeerder, de naam en het adres van elke investeerder, alsmede, indien er sprake is van meer dan één plaatselijk gevestigde onderneming, de naam, het adres en de plaats van oprichting van elke plaatselijk gevestigde onderneming;
de bepalingen van deze overeenkomst die zouden zijn geschonden;
de wettelijke en feitelijke basis van het verzoek, met inbegrip van de maatregelen in kwestie; en
de gevraagde maatregel(en) en het geraamde bedrag van de gevorderde schadevergoeding.
Het verzoek om overleg moet vergezeld gaan van bewijsstukken waaruit blijkt dat de investeerder een investeerder uit de andere partij bij de overeenkomst is en dat hij eigenaar is van of zeggenschap heeft over de investering, alsook, in voorkomend geval, dat hij eigenaar is van of zeggenschap heeft over de plaatselijk gevestigde onderneming namens welke het verzoek wordt ingediend.
**5.** Aan de in lid 4 bedoelde vereisten voor het verzoek om overleg moet op zodanig specifieke wijze worden voldaan dat de verweerder in staat is op doeltreffende wijze overleg te plegen en zijn verweer voor te bereiden.
**6.** Een verzoek om overleg moet worden ingediend binnen:
drie jaar na de datum waarop de investeerder of, naargelang het geval, de plaatselijk gevestigde onderneming voor het eerst kennis heeft genomen van of kennis had moeten nemen van de vermeende schending alsmede van het feit dat de investeerder of, naargelang het geval, de plaatselijk gevestigde onderneming daardoor verlies of schade heeft geleden; of
twee jaar nadat een investeerder of, naargelang het geval, de plaatselijk gevestigde onderneming de naar het recht van een partij bij de overeenkomst bij een rechterlijke instantie ingestelde vorderingen intrekt of de aldaar ingeleide procedure beëindigt, of nadat die procedure op andere wijze is beëindigd, en hoe dan ook ten laatste tien jaar na de datum waarop de investeerder of, naargelang het geval, de plaatselijk gevestigde onderneming voor het eerst kennis heeft genomen van of kennis had moeten nemen van de vermeende schending alsmede van het feit dat de investeerder daardoor verlies of schade heeft geleden.
**7.** Een verzoek om overleg betreffende een vermeende schending door de Europese Unie of door een lidstaat van de Europese Unie moet aan de Europese Unie worden gericht.
**8.** Indien de investeerder binnen achttien maanden na de indiening van het verzoek om overleg geen verzoek overeenkomstig artikel 8.23 heeft ingediend, wordt hij geacht zijn verzoek om overleg en, indien van toepassing, zijn mededeling houdende verzoek om bepaling van de verweerder te hebben ingetrokken, en kan hij uit hoofde van deze afdeling geen verzoek met betrekking tot dezelfde maatregelen indienen. De partijen bij het geschil kunnen overeenkomen deze termijn te verlengen.
HOOFDSTUK ACHT › AFDELING F
Artikel 8.19
Overleg
Onderdeel van Brede Economische en Handelsovereenkomst tussen Canada, enerzijds, en de Europese Unie en haar lidstaten, anderzijds· Financieel en economisch recht