**1.** Een investeerder kan uitsluitend een verzoek overeenkomstig artikel 8.23 indienen indien:
hij bij de indiening van het verzoek tegenover de verweerder verklaart ermee in te stemmen dat het geschil door het Gerecht wordt beslecht overeenkomstig de in deze afdeling vastgestelde procedures;
hij ten minste honderdtachtig dagen te rekenen vanaf de datum van indiening van het verzoek om overleg en, in voorkomend geval, ten minste negentig dagen te rekenen vanaf de datum van indiening van de mededeling houdende verzoek om bepaling van de verweerder laat verstrijken;
hij voldoet aan de vereisten van de mededeling houdende verzoek om bepaling van de verweerder;
hij voldoet aan de vereisten met betrekking tot het verzoek om overleg;
hij in zijn verzoek geen maatregelen vermeldt die niet in zijn verzoek om overleg zijn vermeld;
hij afstand van instantie doet in het kader van naar intern of internationaal recht voor een rechterlijke instantie aanhangige procedures met betrekking tot een maatregel waarvan wordt gesteld dat die een in zijn verzoek bedoelde schending vormt; en
hij afstand doet van zijn recht om naar intern of internationaal recht bij een rechterlijke instantie een vordering in te stellen of een procedure aanhangig te maken met betrekking tot een maatregel waarvan wordt gesteld dat die een in zijn verzoek bedoelde schending vormt.
**2.** Indien het overeenkomstig artikel 8.23 ingediende verzoek betrekking heeft op verlies of schade voor een plaatselijk gevestigde onderneming of voor een belang in een plaatselijk gevestigde onderneming die rechtstreeks of onrechtstreeks eigendom is van of rechtstreeks of onrechtstreeks onder zeggenschap staat van de investeerder, zijn de vereisten bedoeld in lid 1, onder f) en g), zowel op de investeerder als op de plaatselijk gevestigde onderneming van toepassing.
**3.** De vereisten bedoeld in lid 1, onder f) en g), en lid 2 zijn niet van toepassing op een plaatselijk gevestigde onderneming wanneer de verweerder of de gaststaat van de investeerder de investeerder de zeggenschap over de plaatselijk gevestigde onderneming heeft ontnomen of anderszins heeft belet dat de plaatselijk gevestigde onderneming aan deze vereisten voldoet.
**4.** Op verzoek van de verweerder verklaart het Gerecht zich onbevoegd wanneer de investeerder of, naargelang het geval, de plaatselijk gevestigde onderneming niet voldoet aan een van de vereisten bedoeld in de leden 1 en 2.
**5.** De afstand van het recht ingevolge lid 1, onder g), of, naargelang het geval, lid 2 houdt op van toepassing te zijn:
wanneer het Gerecht het verzoek afwijst op grond dat niet is voldaan aan de vereisten bedoeld in de leden 1 of 2, dan wel op enige andere procedurele of bevoegdheidsgronden;
wanneer het Gerecht het verzoek afwijst op grond van de artikelen 8.32 of 8.33; of
wanneer de investeerder zijn verzoek in overeenstemming met de toepasselijke voorschriften van artikel 8.23, lid 2, binnen twaalf maanden na de samenstelling van de formatie van het Gerecht intrekt.
HOOFDSTUK ACHT › AFDELING F
Artikel 8.22
Procedurele en andere vereisten voor indiening van verzoek bij Gerecht
Onderdeel van Brede Economische en Handelsovereenkomst tussen Canada, enerzijds, en de Europese Unie en haar lidstaten, anderzijds· Financieel en economisch recht