Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK ACHT › AFDELING F

Artikel 8.30

Gedragscode

Onderdeel van Brede Economische en Handelsovereenkomst tussen Canada, enerzijds, en de Europese Unie en haar lidstaten, anderzijds· Financieel en economisch recht

1. De leden van het Gerecht zijn onafhankelijk. Zij zijn niet verbonden aan enige overheid14)Voor alle duidelijkheid: het feit dat een persoon een vergoeding van een overheid ontvangt, betekent op zichzelf niet dat hij niet als lid van het Gerecht in aanmerking komt.. Zij nemen geen instructies van enige organisatie of enige overheid aan met betrekking tot het voorwerp van het geschil. Zij nemen niet deel aan de behandeling van geschillen die rechtstreeks of onrechtstreeks tot een belangenconflict zouden kunnen leiden. Zij moeten voldoen aan de richtsnoeren van de International Bar Association inzake belangenconflicten in internationale arbitrage en aan alle krachtens artikel 8.44, lid 2, vastgestelde aanvullende voorschriften. Daarnaast treden zij na hun aanwijzing niet op als raadsman of als door een partij bij het geschil aangewezen deskundige of getuige in het kader van lopende of nieuwe investeringsgeschillen uit hoofde van deze overeenkomst of enige andere internationale overeenkomst. 2. Wanneer een partij bij het geschil van mening is dat een lid van het Gerecht in een belangenconflict verkeert, kan zij de president van het Internationaal Gerechtshof verzoeken een besluit te nemen over de wraking van dat lid. Het bericht van wraking wordt naar de president van het Internationaal Gerechtshof verzonden binnen vijftien dagen na de datum waarop de samenstelling van de formatie van het Gerecht is meegedeeld aan de partij bij het geschil, dan wel binnen vijftien dagen na de datum waarop de partij bij het geschil kennis heeft gekregen van de relevante feiten, indien die redelijkerwijs niet bekend konden zijn geweest op het tijdstip van de samenstelling van de formatie. In het bericht van wraking worden de gronden voor wraking vermeld. 3. Indien het gewraakte lid van het Gerecht er binnen vijftien dagen na de datum van het bericht van wraking voor kiest zijn functie in de formatie van het Gerecht niet neer te leggen, kan de president van het Internationaal Gerechtshof, na de opmerkingen en stukken van de partijen bij het geschil te hebben ontvangen en na het lid van het Gerecht in de gelegenheid te hebben gesteld opmerkingen in te dienen, een besluit over de wraking nemen. De president van het Internationaal Gerechtshof streeft ernaar binnen vijfenveertig dagen na ontvangst van het bericht van wraking een besluit te nemen en de partijen bij het geschil en de andere leden van de formatie daarvan in kennis te stellen. Er wordt onverwijld voorzien in een vacature wanneer het mandaat van een lid van het Gerecht vervallen wordt verklaard of een lid van het Gerecht zijn functie neerlegt. 4. De partijen bij de overeenkomst kunnen op grond van een met redenen omklede aanbeveling van de president van het Gerecht of op gezamenlijk initiatief, bij besluit van het Gemengd Comité voor de CETA, een lid van het Gerecht van zijn mandaat ontheffen wanneer zijn of haar gedrag in strijd is met de in lid 1 bedoelde verplichtingen en onverenigbaar is met de voortzetting van het mandaat van lid van het Gerecht.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel