Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK ACHT › AFDELING F

Artikel 8.39

Definitieve uitspraak

Onderdeel van Brede Economische en Handelsovereenkomst tussen Canada, enerzijds, en de Europese Unie en haar lidstaten, anderzijds· Financieel en economisch recht

1. Wanneer het Gerecht bij definitieve uitspraak de verweerder in het ongelijk stelt, kan het uitsluitend, afzonderlijk dan wel in combinatie: een financiële schadevergoeding, vermeerderd met eventueel toepasselijke rente, toekennen; de teruggave van eigendom gelasten; in dat geval wordt in de uitspraak bepaald dat de verweerder over de mogelijkheid beschikt om in plaats daarvan een financiële schadevergoeding te betalen die de billijke marktwaarde van de eigendom vertegenwoordigt onmiddellijk voorafgaand aan de onteigening of, als dit eerder is, het tijdstip waarop bekend werd dat onteigening zou volgen, vermeerderd met eventueel toepasselijke rente, zoals bepaald overeenkomstig artikel 8.12. 2. Onverminderd de leden 1 en 5 wordt in een uitspraak op een overeenkomstig artikel 8.23, lid 1, onder b), ingediend verzoek: waarbij financiële schadevergoeding, vermeerderd met eventueel toepasselijke rente, wordt toegekend, bepaald dat het bedrag daarvan wordt uitbetaald aan de plaatselijk gevestigde onderneming; waarbij de teruggave van eigendom wordt gelast, bepaald dat de eigendom wordt teruggegeven aan de plaatselijk gevestigde onderneming; die een voor de investeerder gunstige kostenverwijzing bevat, bepaald dat de door de investeerder gemaakte kosten worden vergoed; en bepaald dat de uitspraak geen afbreuk doet aan het eventuele recht van een andere persoon dan de persoon die op grond van artikel 8.22 afstand van recht heeft gedaan, op de toekenning van financiële schadevergoeding of de teruggave van eigendom krachtens het interne recht van een partij bij de overeenkomst. 3. De financiële schadevergoeding mag niet meer bedragen dan het verlies dat de investeerder of, in voorkomend geval, de plaatselijk gevestigde onderneming heeft geleden, verminderd met de eventueel reeds betaalde schadevergoeding of schadeloosstelling. Bij de berekening van de financiële schadevergoeding mag het Gerecht tevens het bedrag daarvan verminderen om rekening te houden met de eventuele teruggave van eigendom of intrekking of wijziging van de maatregel. 4. Het Gerecht kent geen punitieve schadevergoeding toe. 5. Het Gerecht verwijst de in het ongelijk gestelde partij bij het geschil in de kosten van de procedure. In uitzonderlijke omstandigheden kan het Gerecht, indien het zulks in de omstandigheden van het verzoek passend acht, de kosten over de partijen bij het geschil verdelen. Andere redelijke kosten, met inbegrip van de kosten in verband met vertegenwoordiging in rechte en rechtsbijstand, worden gedragen door de in het ongelijk gestelde partij bij het geschil, tenzij het Gerecht zulks in de omstandigheden van het verzoek onredelijk acht. Wordt het verzoek slechts op bepaalde onderdelen toegewezen, dan vindt de verwijzing in de kosten plaats naar evenredigheid van het aantal of de omvang van de onderdelen waarop het verzoek is toegewezen. 6. Het Gemengd Comité voor de CETA neemt aanvullende voorschriften in overweging die strekken tot vermindering van de financiële lasten voor eisers die natuurlijke personen of kleine of middelgrote ondernemingen zijn. In het kader van dergelijke aanvullende voorschriften kunnen met name de financiële middelen van die eisers en het bedrag van de gevorderde schadeloosstelling in aanmerking worden genomen. 7. Het Gerecht en de partijen bij het geschil stellen alles in het werk om ervoor te zorgen dat de geschillenbeslechtingsprocedure tijdig wordt uitgevoerd. Het Gerecht geeft zijn definitieve uitspraak binnen vierentwintig maanden na de datum waarop het verzoek overeenkomstig artikel 8.23 is ingediend. Indien het Gerecht meer tijd nodig heeft om zijn definitieve uitspraak te geven, doet het de partijen bij het geschil opgave van de redenen voor de vertraging.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel