Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK ACHT › AFDELING F

Artikel 8.43

Voeging

Onderdeel van Brede Economische en Handelsovereenkomst tussen Canada, enerzijds, en de Europese Unie en haar lidstaten, anderzijds· Financieel en economisch recht

1. Wanneer in twee of meer overeenkomstig artikel 8.23 afzonderlijk ingediende verzoeken eenzelfde rechtsvraag of feitelijke vraag aan de orde is en die verzoeken uit dezelfde gebeurtenissen of omstandigheden voortvloeien, kan een partij bij het geschil of kunnen de partijen bij het geschil gezamenlijk op grond van dit artikel verzoeken om de samenstelling van een afzonderlijke formatie van het Gerecht en vragen dat deze formatie een voegingsbeschikking geeft („verzoek om voeging”). 2. De partij bij het geschil die om voeging verzoekt, zendt eerst een kennisgeving aan de partijen bij het geschil waaraan de voegingsbeschikking gericht zal zijn. 3. Wanneer de partijen bij het geschil waaraan overeenkomstig lid 2 een kennisgeving is gezonden, overeenstemming hebben bereikt over de voegingsbeschikking waarom moet worden verzocht, kunnen zij een gemeenschappelijk verzoek om de samenstelling van een afzonderlijke formatie van het Gerecht en om een voegingsbeschikking uit hoofde van dit artikel indienen. Wanneer de partijen bij het geschil waaraan overeenkomstig lid 2 een kennisgeving is gezonden, binnen dertig dagen na de datum van de kennisgeving geen overeenstemming hebben bereikt over de voegingsbeschikking waarom moet worden verzocht, kan een van de partijen bij het geschil een verzoek om de samenstelling van een afzonderlijke formatie van het Gerecht en om een voegingsbeschikking uit hoofde van dit artikel indienen. 4. Het verzoek wordt schriftelijk meegedeeld aan de president van het Gerecht en aan alle partijen bij het geschil waaraan de voegingsbeschikking gericht zal zijn, en in het verzoek wordt het volgende vermeld: de naam en het adres van de partijen bij het geschil waaraan de voegingsbeschikking gericht zal zijn; de verzoeken, of onderdelen daarvan, waarop de voegingsbeschikking betrekking zal hebben; en de gronden voor het verzoek om voeging. 5. Voor een verzoek om voeging waarbij meer dan één verweerder is betrokken, is de instemming van alle verweerders vereist. 6. De voorschriften die van toepassing zijn op de in dit artikel bedoelde procedures, worden als volgt vastgesteld: wanneer alle verzoeken waarvoor om voeging wordt verzocht, op grond van dezelfde voorschriften overeenkomstig artikel 8.23 zijn ingediend met het oog op geschillenbeslechting, zijn deze voorschriften van toepassing; wanneer de verzoeken waarvoor om voeging wordt verzocht, niet op grond van dezelfde voorschriften zijn ingediend met het oog op geschillenbeslechting: kunnen de investeerders overeenkomstig artikel 8.23, lid 2, gezamenlijk overeenstemming bereiken over de voorschriften; of indien de investeerders niet binnen dertig dagen nadat de president van het Gerecht het verzoek om voeging heeft ontvangen, overeenstemming bereiken over de toepasselijke voorschriften, zijn de Uncitral-arbitragevoorschriften van toepassing. 7. De president van het Gerecht stelt, na ontvangst van een verzoek om voeging en in overeenstemming met de voorwaarden van artikel 8.27, lid 7, een nieuwe formatie van het Gerecht („formatie die uitspraak over de voeging doet”) samen die bevoegd is om, geheel of ten dele, kennis te nemen van alle of een deel van de verzoeken die het voorwerp van het gezamenlijke verzoek om voeging zijn. 8. Wanneer de formatie van het Gerecht die uitspraak over de voeging doet, na de partijen bij het geschil te hebben gehoord, vaststelt dat in de overeenkomstig artikel 8.23 ingediende verzoeken eenzelfde rechtsvraag of feitelijke vraag aan de orde is en die verzoeken uit dezelfde gebeurtenissen of omstandigheden voortvloeien, en dat voeging het belang van een eerlijke en doeltreffende afhandeling van de verzoeken zou dienen, kan zij zich, met het oog op de consistentie van de uitspraken, bij beschikking bevoegd verklaren om, geheel of ten dele, kennis te nemen van alle of een deel van de verzoeken. 9. Wanneer de formatie van het Gerecht die uitspraak over de voeging doet, zich op grond van lid 8 bevoegd heeft verklaard, kan een investeerder die overeenkomstig artikel 8.23 een verzoek heeft ingediend dat niet is gevoegd, het Gerecht schriftelijk verzoeken dat de voegingsbeschikking ook tot hem gericht zal zijn, op voorwaarde dat het verzoek voldoet aan de voorwaarden van lid 4. De formatie van het Gerecht die uitspraak over de voeging doet, geeft een voegingsbeschikking wanneer zij vaststelt dat aan de voorwaarden van lid 8 is voldaan en dat de inwilliging van een dergelijk verzoek de partijen bij het geschil niet onnodig zou belasten of op onbillijke wijze zou benadelen dan wel de procedure niet onnodig zou verstoren. Vóórdat de formatie van het Gerecht die uitspraak over de voeging doet, de voegingsbeschikking geeft, pleegt zij overleg met de partijen bij het geschil. 10. Op verzoek van een partij bij het geschil kan de op grond van dit artikel samengestelde formatie van het Gerecht die uitspraak over de voeging doet, alvorens haar beschikking krachtens lid 8 te geven, gelasten dat de behandeling door de op grond van artikel 8.27, lid 7, samengestelde formatie van het Gerecht wordt geschorst, tenzij laatstbedoelde formatie van het Gerecht haar zitting reeds heeft verdaagd. 11. De op grond van artikel 8.27, lid 7, samengestelde formatie van het Gerecht is niet langer bevoegd uitspraak te doen over verzoeken, of onderdelen daarvan, ten aanzien waarvan de op grond van dit artikel samengestelde formatie van het Gerecht die uitspraak over de voeging doet, zich bevoegd heeft verklaard. 12. De uitspraak van de op grond van dit artikel samengestelde formatie van het Gerecht die uitspraak over de voeging doet, op die verzoeken, of onderdelen daarvan, ten aanzien waarvan zij zich bevoegd heeft verklaard, is bindend voor de op grond van artikel 8.27, lid 7, samengestelde formatie van het Gerecht met betrekking tot die verzoeken, of onderdelen daarvan. 13. Een investeerder kan een krachtens deze afdeling ingediend verzoek dat in het kader van een voegingsprocedure is behandeld, intrekken; een dergelijk verzoek mag niet opnieuw worden ingediend overeenkomstig artikel 8.23. Indien het verzoek uiterlijk vijftien dagen na ontvangst van de kennisgeving van voeging wordt ingetrokken, vormt de eerdere indiening daarvan geen beletsel voor de investeerder om een beroep te doen op de beslechting van geschillen anders dan uit hoofde van deze afdeling. 14. Op verzoek van een investeerder kan de formatie van het Gerecht die uitspraak over de voeging doet, alle maatregelen nemen die zij geschikt acht om het vertrouwelijke of beschermde karakter van de informatie van die investeerder ten opzichte van andere investeerders te waarborgen. Die maatregelen kunnen onder meer inhouden dat bewerkte versies van documenten die vertrouwelijke of beschermde informatie bevatten, worden overgelegd aan de andere investeerders, of dat de zitting gedeeltelijk achter gesloten deuren plaatsvindt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel