Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK ACHT › AFDELING B

Artikel 8.5

Prestatie-eisen

Onderdeel van Brede Economische en Handelsovereenkomst tussen Canada, enerzijds, en de Europese Unie en haar lidstaten, anderzijds· Financieel en economisch recht

1. Een partij bij de overeenkomst onthoudt zich ervan de volgende eisen te stellen of te handhaven, of een desbetreffende verbintenis of toezegging te doen naleven, in verband met de vestiging, de verwerving, de uitbreiding, de uitvoering, de exploitatie of het beheer van investeringen op haar grondgebied: er wordt een bepaalde hoeveelheid of een bepaald percentage goederen of diensten uitgevoerd; een bepaalde hoeveelheid of een bepaald percentage goederen of diensten betreft interne goederen of diensten; er worden op haar grondgebied geproduceerde goederen of verleende diensten gekocht of gebruikt of die goederen of diensten krijgen de voorkeur, of er worden goederen of diensten bij natuurlijke personen of ondernemingen op haar grondgebied gekocht; de omvang of de waarde van de invoer wordt gekoppeld aan de omvang of de waarde van de uitvoer of aan de hoeveelheid binnengekomen deviezen in verband met die investering; de verkoop van met behulp van de investering geproduceerde goederen of verleende diensten op haar grondgebied wordt aan banden gelegd door die verkoop te koppelen aan de omvang of de waarde van de uitvoer of deviezenopbrengsten daarvan; er vindt overdracht plaats van technologie, productieprocedés of andere bedrijfsspecifieke knowhow aan natuurlijke personen of ondernemingen op haar grondgebied; of met behulp van de investering geproduceerde goederen of verleende diensten worden vanaf het grondgebied van de partij bij de overeenkomst exclusief aan een specifieke regionale of mondiale markt geleverd. 2. Een partij bij de overeenkomst stelt het genot of het voortgezette genot van voordeel in verband met de vestiging, de verwerving, de uitbreiding, de uitvoering, de exploitatie of het beheer van investeringen op haar grondgebied niet afhankelijk van de voorwaarde dat een van de volgende eisen wordt vervuld: een bepaalde hoeveelheid of een bepaald percentage goederen of diensten betreft interne goederen of diensten; er worden op haar grondgebied geproduceerde goederen gekocht of gebruikt of die goederen krijgen de voorkeur, of er worden goederen bij producenten op haar grondgebied gekocht; de omvang of de waarde van de invoer wordt gekoppeld aan de omvang of de waarde van de uitvoer of aan de hoeveelheid binnengekomen deviezen in verband met die investering; of de verkoop van met behulp van de investering geproduceerde goederen of verleende diensten op haar grondgebied wordt aan banden gelegd door die verkoop te koppelen aan de omvang of de waarde van de uitvoer of deviezenopbrengsten daarvan. 3. Lid 2 belet een partij bij de overeenkomst niet om het genot of het voortgezette genot van voordeel in verband met een investering op haar grondgebied afhankelijk te stellen van de voorwaarde dat de productie naar haar grondgebied wordt verplaatst of dat aldaar diensten worden verleend, werknemers worden opgeleid of in dienst worden genomen, bepaalde installaties worden gebouwd of uitgebreid, of onderzoeks- en ontwikkelingsactiviteiten worden verricht. 4. Het bepaalde in lid 1, onder f), is niet van toepassing wanneer de eis wordt gesteld of de uitvoering van de desbetreffende verbintenis of toezegging wordt gelast door een gerecht, een administratief gerecht of een mededingingsautoriteit met het doel om een einde te maken aan een inbreuk op het mededingingsrecht. 5. Het bepaalde in: lid 1, onder a), b) en c), en lid 2, onder a) en b), is niet van toepassing op de kwalificatievereisten waaraan een goed of een dienst moet voldoen om in aanmerking te komen voor programma's voor uitvoerbevordering en buitenlandse hulp; dit artikel is niet van toepassing op de opdrachten van een partij bij de overeenkomst voor goederen of diensten aangekocht voor overheidsdoeleinden en niet met het oog op commerciële wederverkoop of gebruik bij de levering van goederen of diensten voor commerciële verkoop, ongeacht of die opdrachten „onder deze overeenkomst vallende opdrachten” zijn in de zin van artikel 19.2 (Toepassingsgebied); 6. Voor alle duidelijkheid: het bepaalde in lid 2, onder a) en b), is niet van toepassing op de eisen die worden gesteld door een invoerende partij bij de overeenkomst met betrekking tot het volume van een goed dat nodig is om in aanmerking te komen voor preferentiële tarieven of preferentiële contingenten. 7. Dit artikel laat de door een partij bij de overeenkomst in het kader van de Wereldhandelsorganisatie aangegane verbintenissen onverlet.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel