Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK I

Artikel 2

Reikwijdte

Onderdeel van Verdrag van de Raad van Europa inzake cinematografische coproductie (herzien)· Cultureel recht

Deze tekst geldt sinds 1 december 2017

1. Dit Verdrag regelt de betrekkingen tussen de partijen op het gebied van multilaterale coproducties die hun oorsprong vinden op het grondgebied van de partijen. 2. Dit Verdrag is van toepassing op: coproducties waarbij ten minste drie coproducenten zijn betrokken die zijn gevestigd in drie verschillende partijen bij het Verdrag; en coproducties waarbij ten minste drie coproducenten zijn betrokken die zijn gevestigd in drie verschillende partijen bij het Verdrag en één of meer coproducenten die niet in deze partijen zijn gevestigd. De totale inbreng van de coproducenten die niet in de partijen bij het Verdrag zijn gevestigd mag echter niet meer bedragen dan 30% van de totale kosten van de productie. In alle gevallen is dit Verdrag slechts van toepassing op voorwaarde dat het werk voldoet aan de omschrijving van een officiële coproductie van een cinematografisch werk als omschreven in artikel 3, onderdeel c, van dit Verdrag. 3. De bepalingen van bilaterale verdragen gesloten tussen de partijen bij dit Verdrag blijven van toepassing op bilaterale coproducties. In het geval van multilaterale coproducties hebben de bepalingen van dit Verdrag voorrang boven die van bilaterale verdragen tussen de partijen bij het Verdrag. De bepalingen betreffende bilaterale coproducties blijven van kracht indien zij niet in strijd zijn met de bepalingen van dit Verdrag. 4. Bij gebreke van een verdrag waarin de bilaterale betrekkingen ter zake van coproducties tussen twee partijen bij dit Verdrag zijn geregeld, is het Verdrag ook van toepassing op bilaterale coproducties, tenzij door één van de betrokken partijen een voorbehoud is gemaakt ingevolge artikel 22.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel