Naar hoofdinhoud
1. Elke partij kan een geschil dat verband houdt met de toepassing of de interpretatie van deze overeenkomst, aan het Gemengd Comité voorleggen. 2. Indien een partij van oordeel is dat de andere partij een van haar verplichtingen in het kader van deze overeenkomst niet is nagekomen, kan zij passende maatregelen treffen met betrekking tot deze overeenkomst of een specifieke overeenkomst als bedoeld in artikel 53, lid 2. 3. Behalve in bijzondere dringende gevallen verstrekt zij, alvorens zulks te doen, aan het Gemengd Comité alle ter zake doende informatie die nodig is voor een grondige bestudering van de situatie met het oog op het vinden van een voor beide partijen aanvaardbare oplossing. 4. Bij de keuze van de passende maatregelen moet voorrang worden gegeven aan maatregelen die het functioneren van deze overeenkomst of een specifieke overeenkomst als bedoeld in artikel 53, lid 2, het minst verstoren. De andere partij wordt onmiddellijk op de hoogte gebracht van die maatregelen en op verzoek van de andere partij wordt daaromtrent overleg gepleegd in het Gemengd Comité. 5. Voor de correcte interpretatie en de praktische tenuitvoerlegging van deze overeenkomst komen de partijen overeen dat „bijzonder dringende gevallen”, als bedoeld in lid 3, gevallen zijn van wezenlijke inbreuk op deze overeenkomst door een van de partijen. Een wezenlijke inbreuk op deze overeenkomst houdt in: beëindiging van deze overeenkomst die niet in overeenstemming is met de algemene regels van het internationaal recht; of schending van een van de essentiële elementen van deze overeenkomst als bedoeld in artikel 2, lid 3, en artikel 9, lid 2.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel