Naar hoofdinhoud
1. Indien een persoon die zich op het grondgebied van Oekraïne bevindt als getuige of deskundige dient te worden verhoord ten behoeve van bewijsvoering voorafgaande aan of tijdens het proces, kunnen de bevoegde autoriteiten van het Koninkrijk der Nederlanden verzoeken om een verhoor per videoconferentie, in overeenstemming met dit Verdrag. 2. De bevoegde autoriteiten van de partijen komen praktische regelingen overeen over onder meer de technische middelen en specificaties voor het gebruikmaken van videoconferentie en de personen die deelnemen aan het verhoor. Bij het overeenkomen van deze regelingen verbindt de Oekraïense bevoegde autoriteit zich ertoe: de betreffende getuige of deskundige op te roepen, onder vermelding van het tijdstip en de plaats van het verhoor; de identiteit vast te stellen van de te verhoren persoon. 3. Getuigen en deskundigen kunnen zich beroepen op het verschoningsrecht dat zij op grond van het recht van een partij genieten en dienen voorafgaand aan het verhoor van dit recht in kennis te worden gesteld. 4. Oekraïne treft de noodzakelijke maatregelen om ervoor te zorgen dat ten aanzien van de persoon die overeenkomstig dit Verdrag op zijn grondgebied wordt verhoord en die weigert een verklaring af te leggen terwijl hij daartoe is verplicht of geen verklaring naar waarheid aflegt, zijn nationale recht van toepassing is alsof het een verhoor in een nationale procedure betrof. 5. Het vijfde en zesde lid van artikel 8 van dit Verdrag zijn van overeenkomstige toepassing.

Rechtspraak bij dit artikel