Naar hoofdinhoud
1. De bevoegde autoriteit van een verdragsluitende partij verstrekt op verzoek van de andere verdragsluitende partij informatie ten behoeve van de in artikel 1 bedoelde doeleinden. Deze informatie wordt verstrekt ongeacht of de aangezochte verdragsluitende partij de informatie ten behoeve van haar eigen belastingheffing nodig heeft en of de te onderzoeken gedragingen strafbaar zouden zijn krachtens de wetgeving van de aangezochte verdragsluitende partij, indien zij op het grondgebied van de aangezochte verdragsluitende partij zouden hebben plaatsgevonden. 2. Indien de informatie in het bezit van de bevoegde autoriteit van de aangezochte verdragsluitende partij niet toereikend is om aan het verzoek om informatie te voldoen, treft de aangezochte verdragsluitende partij alle naar haar oordeel toepasselijke maatregelen inzake het verzamelen van informatie teneinde de verzoekende verdragsluitende partij de verzochte informatie te verstrekken, ongeacht het feit dat de aangezochte verdragsluitende partij ten behoeve van haar eigen belastingheffing op dat tijdstip niet over dergelijke informatie behoeft te beschikken. 3. Indien de bevoegde autoriteit van de verzoekende verdragsluitende partij daar specifiek om verzoekt, is de bevoegde autoriteit van de aangezochte verdragsluitende partij gehouden uit hoofde van dit artikel informatie te verstrekken, voor zover zulks is toegestaan in overeenstemming met haar nationale wetgeving, in de vorm van getuigenverklaringen en gewaarmerkte afschriften van originele stukken. 4. Elke verdragsluitende partij waarborgt dat haar bevoegde autoriteiten, in overeenstemming met de bepalingen van dit Verdrag, over de bevoegdheid beschikken op verzoek het navolgende te verkrijgen en te verstrekken: informatie die berust bij banken, overige financiële instellingen en personen die bij wijze van vertegenwoordiging of als vertrouwenspersoon optreden, met inbegrip van gevolmachtigden en trustees; informatie met betrekking tot uiteindelijk gerechtigden tot lichamen, samenwerkingsverbanden en andere personen, met inbegrip van, in het geval van collectieve beleggingsfondsen of beleggingsregelingen, informatie over aandelen, eenheden en andere belangen; in het geval van trusts, informatie over instellers, trustees, borgen en begunstigden; en in het geval van stichtingen, informatie over de stichters, leden van het bestuur en begunstigden; mits dit Verdrag daarnaast geen verplichting voor de verdragsluitende partijen schept informatie inzake de eigendom te verkrijgen of te verstrekken met betrekking tot beursgenoteerde lichamen of openbare collectieve beleggingsfondsen of openbare collectieve beleggingsregelingen, tenzij deze informatie kan worden verkregen zonder tot onevenredige moeilijkheden te leiden. 5. Verzoeken om informatie worden schriftelijk gedaan met daarin zo gedetailleerd mogelijk omschreven: de identiteit van de persoon op wie de controle of het onderzoek betrekking heeft; het tijdvak waarvoor om informatie wordt verzocht; de aard van de verzochte informatie en de vorm waarin de verzoekende verdragsluitende partij deze bij voorkeur wenst te ontvangen; het fiscale doel waarvoor om de informatie wordt verzocht; de redenen om aan te nemen dat de verzochte informatie naar verwachting van belang is voor de toepassing en handhaving van de belastingwetgeving van de verzoekende verdragsluitende partij, met betrekking tot de in onderdeel a van dit lid aangegeven persoon; de redenen om te veronderstellen dat de verzochte informatie zich bevindt in de aangezochte verdragsluitende partij of in het bezit is van of beschikbaar voor een persoon die zich in het rechtsgebied van de aangezochte verdragsluitende partij bevindt; de naam en adresgegevens, voor zover bekend, van personen van wie verondersteld wordt dat zij in het bezit zijn van de verzochte informatie; een verklaring dat het verzoek in overeenstemming is met de wetgeving en de bestuurlijke praktijk van de verzoekende verdragsluitende partij, dat indien de verzochte informatie zich in het rechtsgebied van de verzoekende verdragsluitende partij zou bevinden, de bevoegde autoriteit van de verzoekende verdragsluitende partij deze informatie volgens de wetten van de verzoekende verdragsluitende partij zou kunnen verkrijgen en dat het verzoek in overeenstemming is met dit Verdrag; een verklaring dat de verzoekende verdragsluitende partij op haar eigen grondgebied alles in het werk heeft gesteld om de informatie te verkrijgen, tenzij dit zou leiden tot onevenredige moeilijkheden. 6. De bevoegde autoriteit van de aangezochte verdragsluitende partij bevestigt de ontvangst van het verzoek aan de bevoegde autoriteit van de verzoekende verdragsluitende partij en stelt alles in het werk om de verzochte informatie met zo min mogelijk vertraging aan de verzoekende verdragsluitende partij te doen toekomen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel