Eene voorafgaande briefwisseling is niet noodig, wanneer de uit te leiden persoon in het bezit is van papieren, die nog geldig zijn of eerst sedert een jaar hunne geldigheid hebben verloren, of wanneer er geen twijfel bestaat, dat deze persoon behoort of vroeger behoord heeft tot het staatsverband der Partij aan wie de overneming gevraagd wordt, of wanneer de grens-autoriteiten van deze Partij zonder tijdverlies het vereischte onderzoek ten einde kunnen brengen.
In al deze gevallen zullen de grens-autoriteiten de uit te leiden personen zonder verdere formaliteiten overnemen.
De bepalingen van het eerste en van het tweede lid blijven buiten toepassing wanneer het betreft de overneming van door jeugdigen leeftijd, door gebrekkigheid of door ziels- of lichaamsziekte hulpbehoevende personen; in deze gevallen gelden uitsluitend de bepalingen van artikel 7.
Wordt vanaf 30 april 2006 niet langer toegepast in de verhouding
tussen het Koninkrijk der Nederlanden, enerzijds, en Duitsland,
anderzijds (Trb. 2017/126).
Artikel 8
Artikel 8
Onderdeel van Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en Duitsland betreffende de toelating, vestiging en uitzetting van wederzijdse onderdanen op wederzijds staatsgebied· Migratierecht
Deze tekst geldt sinds 29 januari 1907