Naar hoofdinhoud

DEEL VII › Hoofdstuk B

Artikel 28

Eindkosten. Algemene bepalingen

Onderdeel van Algemeen Postverdrag· Ondernemingspraktijk

Deze tekst geldt sinds 6 juni 2023

1. Onder voorbehoud van de in de Regelingen voorgeschreven uitzonderingen heeft elke aangewezen aanbieder die van een andere aangewezen aanbieder briefpostzendingen ontvangt, het recht van de aangewezen aanbieder van verzending een vergoeding te vragen voor de door de ontvangen internationale post veroorzaakte kosten. 2. Voor de toepassing van de bepalingen betreffende de vergoeding voor eindkosten door hun aangewezen aanbieders, worden de landen en grondgebieden gerangschikt overeenkomstig de daartoe door het Congres bij resolutie C7/2016 opgestelde lijsten, zoals hierna vermeld: landen en grondgebieden die reeds vóór 2010 deel uitmaakten van het doelsysteem (groep I); landen en grondgebieden die vanaf 2010 en 2012 deel uitmaken van het doelsysteem (groep II); landen en grondgebieden die vanaf 2016 deel uitmaken van het doelsysteem (groep III); landen en grondgebieden die deel uitmaken van het overgangssysteem (groep IV). 3. De bepalingen van dit Verdrag betreffende de betaling van eindkosten zijn overgangsbepalingen die leiden tot de aanneming van een betalingssysteem dat rekening houdt met de bijzondere kenmerken van elk land na de beëindiging van de overgangsperiode. 4. Toegang tot het binnenlandse verkeer. Directe toegang In beginsel stelt elke aangewezen aanbieder van een land dat reeds vóór 2010 deel uitmaakte van het doelsysteem aan de andere aangewezen aanbieders alle tarieven en voorwaarden ter beschikking die hij in zijn binnenlandse dienstverlening, onder dezelfde voorwaarden, zijn nationale cliënten aanbiedt. Het is de taak van de aangewezen aanbieder van bestemming te beoordelen of de aangewezen aanbieder van herkomst al dan niet heeft voldaan aan de voorwaarden en modaliteiten voor directe toegang. De aangewezen aanbieders van de landen van het doelsysteem van vóór 2010 dienen de tarieven en voorwaarden die in het kader van hun binnenlandse dienstverlening worden geboden toegankelijk te maken voor de andere aangewezen aanbieders van landen die vóór 2010 deel uitmaakten van het doelsysteem onder dezelfde voorwaarden als die welke aan de nationale cliënten worden geboden. De aangewezen aanbieders van de landen die zich na 2010 aansloten bij het doelsysteem kunnen ervoor kiezen de voorwaarden die in het kader van hun binnenlandse dienstverlening worden geboden, op basis van wederkerigheid gedurende een proefperiode van twee jaar toegankelijk te maken voor een beperkt aantal aangewezen aanbieders. Na deze termijn moeten zij een keuze maken tussen twee opties: de voorwaarden die in het kader van hun binnenlandse dienst worden geboden niet langer toegankelijk maken of hiermee doorgaan en de voorwaarden die in het kader van hun binnenlandse dienst worden geboden voor alle aangewezen aanbieders toegankelijk maken. Indien de aangewezen aanbieders van de landen die zich na 2010 hebben aangesloten bij het doelsysteem de aangewezen aanbieders van de landen die vóór 2010 deel uitmaakten van het doelsysteem verzoeken de tarieven en voorwaarden die in het kader van hun binnenlandse dienstverlening worden geboden op hen toe te passen, dienen zij de tarieven en voorwaarden die in het kader van hun binnenlandse dienstverlening worden geboden toegankelijk te maken voor alle andere aangewezen aanbieders, onder dezelfde voorwaarden als die welke aan de nationale cliënten worden geboden. De aangewezen aanbieders van de landen van het overgangssysteem kunnen ervoor kiezen de tarieven en voorwaarden die in het kader van hun binnenlandse dienstverlening worden geboden niet voor de andere aangewezen aanbieders toegankelijk te maken. Zij kunnen er evenwel voor kiezen de voorwaarden die in het kader van hun binnenlandse dienstverlening worden geboden, op basis van wederkerigheid gedurende een proefperiode van twee jaar toegankelijk te maken voor een beperkt aantal aangewezen aanbieders. Na deze termijn moeten zij een keuze maken tussen twee opties: de voorwaarden die in het kader van hun binnenlandse dienst worden geboden niet langer toegankelijk maken of hiermee doorgaan en de voorwaarden die in het kader van hun binnenlandse dienst worden geboden voor alle aangewezen aanbieders toegankelijk maken. 5. De vergoeding van de eindkosten wordt gebaseerd op de kwaliteit van de dienstverlening in het land van bestemming. De Postraad is derhalve bevoegd premies op de in de artikelen 29, 30 en 31 bedoelde vergoeding toe te kennen ter aanmoediging van de deelname aan het controlesysteem en ter compensatie van de aangewezen aanbieders die hun kwaliteitsdoel bereiken. De Postraad kan ook boetes vaststellen in geval van ontoereikende kwaliteit, maar de vergoeding van de aangewezen aanbieders kan niet minder bedragen dan de in de artikelen 30 en 31 genoemde minimumvergoeding. 6. Elke aangewezen aanbieder mag geheel of gedeeltelijk afzien van de in 1 bedoelde vergoeding. 7. Voor de vergoeding van de eindkosten worden M-zakken die minder wegen dan 5 kilogram aangemerkt als M-zakken van 5 kilogram. Het voor M-zakken toe te passen bedrag van de eindkosten bedraagt: voor het jaar 2022 1,016 BTR per kilogram; voor het jaar 2023 1,044 BTR per kilogram; voor het jaar 2024 1,073 BTR per kilogram; voor het jaar 2025 1,103 BTR per kilogram. 8. Voor aangetekende zendingen wordt in 2022 een aanvullende vergoeding van 1,463 BTR per zending voorzien, in 2023 een vergoeding van 1,529 BTR per zending, in 2024 van 1,598 BTR per zending en in 2025 van 1,670 BTR. Voor zendingen met waardeaangifte wordt in 2022 een aanvullende vergoeding van 1,777 BTR per zending voorzien, in 2023 een vergoeding van 1,857 BTR per zending, in 2024 van 1,941 BTR per zending en in 2025 van 2,028 BTR. De Postraad is bevoegd vergoedingspremies voor deze en andere aanvullende diensten toe te kennen wanneer de geleverde diensten aanvullende elementen omvatten die in de Regelingen dienen te worden omschreven. 9. Voor gevolgde zendingen wordt een aanvullende vergoeding van 0,400 BTR per zending voorzien in overeenstemming met de voorwaarden omschreven in de Regelingen. De Postraad is bevoegd vergoedingspremies voor gevolgde zendingen toe te kennen op basis van prestaties bij de elektronische overbrenging van informatie, zoals omschreven in de Regelingen. 10. Behoudens een andersluidende bilaterale overeenkomst is een aanvullende vergoeding van 0,5 BTR voorzien voor petits paquets, aangetekende zendingen en zendingen met waardeaangifte en gevolgde zendingen zonder identificatie door middel van een streepjescode of met identificatie door middel een streepjescode die niet voldoet aan de technische norm S10 van de Unie. 11. De Postraad is bevoegd vergoedingspremies toe te kennen en/of boetes vast te stellen met betrekking tot de naleving door aangewezen aanbieders van de vereisten voor het vooraf langs elektronische weg leveren van gegevens over briefpostzendingen die goederen bevatten. 12. De vergoeding voor teruggezonden onbestelbare briefpostzendingen wordt in de Regelingen omschreven. 13. Voor de betaling van de eindkosten worden briefpostzendingen ter post bezorgd in partijen in overeenstemming met de voorwaarden omschreven in de Regelingen aangeduid als „partijenpost”. De betaling voor partijenpost wordt vastgesteld overeenkomstig de artikelen 29, 30 en 31, naargelang van toepassing. 14. Elke aangewezen aanbieder mag op basis van een bilaterale of multilaterale overeenkomst andere vergoedingssystemen voor de verrekening van eindkosten toepassen. 15. De aangewezen aanbieders mogen ervoor kiezen niet-prioritaire post uit te wisselen onder verlening van een korting van 10% op het bedrag van de eindkosten dat op prioritaire post van toepassing is. 16. De bepalingen tussen aangewezen aanbieders van landen van het doelsysteem zijn van toepassing op elke aangewezen aanbieder van een land van het overgangssysteem die verklaart zich bij het doelsysteem te willen aansluiten. De Postraad kan de overgangsmaatregelen in de Regelingen vastleggen. De bepalingen van het doelsysteem kunnen in hun geheel worden toegepast op de nieuwe aangewezen aanbieders van het doelsysteem die verklaren zonder overgangsmaatregelen volledig aan de bedoelde bepalingen onderworpen te willen zijn.

Rechtspraak bij dit artikel