**1.** De zendende partij heeft het recht bevoegdheden op krijgstuchtelijk gebied uit te oefenen, die haar uit hoofde van het militaire tuchtrecht van de zendende partij ter beschikking staan jegens het desbetreffende personeel dat onder de militaire wetten van de zendende partij valt. De zendende partij stelt de ontvangende partij in kennis van elk voorval in dit opzicht.
**2.** Het personeel van de zendende partij eerbiedigt de wetten van de ontvangende partij en onthoudt zich van elke activiteit die indruist tegen de geest van dit Verdrag, en met name van politieke activiteiten in de ontvangende partij. De officier die het bevel voert over het personeel van de zendende partij neemt de daartoe benodigde maatregelen.
**3.** De zendende partij oefent exclusieve rechtsmacht uit met betrekking tot alle strafrechtelijke en civielrechtelijke procedures tegen het personeel van de zendende partij, maar uitsluitend na onverwijlde consultatie met de regering van de ontvangende partij indien de procedure personen en/of eigendommen van personen anders dan het personeel van de zendende partij betreft en stuurt de officier die het bevel voert over het personeel van de zendende partij een schriftelijk rapport over de aangelegenheid.
**4.** In het geval dat de autoriteiten van de ontvangende partij een lid van het personeel van de zendende partij in hechtenis nemen, dienen zij hem onmiddellijk over te dragen aan de officier die het bevel voert over het personeel van de zendende partij en deze officier onverwijld een schriftelijk rapport over de aangelegenheid te doen toekomen.
De desbetreffende autoriteiten van de zendende partij stellen de desbetreffende autoriteiten van de ontvangende partij in kennis van hun beslissing een juridische procedure in te stellen tegen het lid van het personeel van de zendende partij en van de uitkomsten van de in de zendende partij ingestelde procedures.
Artikel III
Tucht en rechtsmacht
Onderdeel van Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en Belize inzake de status van de strijdkrachten van het Koninkrijk der Nederlanden gedurende hun aanwezigheid in Belize· Staats- en bestuursrecht
Deze tekst geldt sinds 1 mei 2019