Overeenkomstig de bijlagen VIII-D en VIII-G staat elke partij toe dat beoefenaren van een vrij beroep van de andere partij op haar grondgebied diensten verlenen, met inachtneming van de volgende voorwaarden:
de natuurlijke personen leveren voor het verlenen van een dienst tijdelijk arbeidsprestaties als op het grondgebied van de andere partij gevestigde zelfstandige, en hebben een dienstencontract gesloten voor een periode van maximaal twaalf maanden;
de natuurlijke personen die het grondgebied van de andere partij binnenkomen, hebben op de datum van indiening van het verzoek om toegang tot dat grondgebied ten minste zes jaar beroepservaring in de economische sector waarop de opdracht betrekking heeft;
de natuurlijke personen die het grondgebied van de andere partij binnenkomen, zijn in het bezit van:
een universitaire graad of een kwalificatie waaruit kennis van een gelijkwaardig niveau blijkt18)Wanneer de graad of kwalificatie niet is verkregen in de partij waar de dienst wordt verleend, kan die partij beoordelen of deze gelijkwaardig is aan een op haar grondgebied vereiste universitaire graad.; alsmede
de beroepskwalificaties die de wet- of regelgeving of andere maatregelen van de partij waar de dienst wordt verleend, voorschrijven voor het uitoefenen van een activiteit;
de toelating tot en het tijdelijke verblijf van natuurlijke personen op het grondgebied van de betrokken partij vinden plaats voor een periode van bij elkaar opgeteld maximaal zes maanden, dan wel, wat Luxemburg aangaat, vijfentwintig weken, gedurende een periode van twaalf maanden dan wel voor de duur van de opdracht indien deze een kortere looptijd heeft; alsmede
de krachtens dit artikel verleende toegang betreft uitsluitend de dienstenactiviteit waarop de opdracht betrekking heeft, en geeft geen recht op het voeren van de beroepstitel van de partij waar de dienst wordt verleend.
TITEL VI › HOOFDSTUK 5 › AFDELING D
Artikel 157
Beoefenaren van een vrij beroep
Onderdeel van Brede en versterkte Partnerschapsovereenkomst tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en hun lidstaten, enerzijds, en de Republiek Armenië, anderzijds· Financieel en economisch recht
Deze tekst geldt sinds 1 maart 2021