Naar hoofdinhoud

TITEL VI › HOOFDSTUK 5 › AFDELING E › ONDERAFDELING II

Artikel 161

Wederzijdse erkenning

Onderdeel van Brede en versterkte Partnerschapsovereenkomst tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en hun lidstaten, enerzijds, en de Republiek Armenië, anderzijds· Financieel en economisch recht

Deze tekst geldt sinds 1 maart 2021

1. Geen enkele bepaling van dit hoofdstuk belet een partij te eisen dat natuurlijke personen de kwalificaties en de beroepservaring hebben die op het grondgebied waar de dienst wordt verleend, voor de betrokken sector van activiteit zijn voorgeschreven. 2. Elke partij moedigt de desbetreffende beroepsorganisaties op haar respectievelijk grondgebied aan aanbevelingen over wederzijdse erkenning van kwalificaties en beroepservaring aan het Partnerschapscomité in zijn samenstelling voor handelsvraagstukken voor te leggen, opdat ondernemers en dienstverleners volledig of gedeeltelijk voldoen aan de door elke partij toegepaste criteria voor het verlenen van vergunningen aan en voor de werkzaamheden en de certificering van ondernemers en dienstverleners, in het bijzonder beoefenaren van een vrij beroep. 3. Wanneer het Partnerschapscomité in zijn samenstelling voor handelsvraagstukken een aanbeveling als bedoeld in lid 2 ontvangt, onderzoekt het deze binnen een redelijke termijn om vast te stellen of zij met deze overeenkomst in overeenstemming is, en op basis van de daarin vervatte informatie beoordeelt het met name: de mate waarin de normen en de criteria die elke partij hanteert voor het verlenen van vergunningen aan en voor de werkzaamheden en de certificering van dienstverleners en ondernemers, met elkaar verenigbaar zijn; alsmede de mogelijke economische waarde van een overeenkomst inzake wederzijdse erkenning van kwalificaties en beroepservaring. 4. Indien aan de vereisten van lid 3 is voldaan, neemt het Partnerschapscomité in zijn samenstelling voor handelsvraagstukken de nodige maatregelen om tot onderhandelingen te komen over de wederzijdse erkenning en beveelt het vervolgens aan dat de bevoegde autoriteiten van de partijen de onderhandelingen opstarten. 5. Dergelijke overeenkomsten zijn in overeenstemming met de desbetreffende bepalingen van de WTO-overeenkomst en in het bijzonder met artikel VII van de Algemene Overeenkomst betreffende de handel in diensten, als opgenomen in bijlage 1B bij de WTO-Overeenkomst (“GATS“).

Rechtspraak bij dit artikel