Naar hoofdinhoud

TITEL VI › HOOFDSTUK 5 › AFDELING E › ONDERAFDELING V

Artikel 176

Universele dienst

Onderdeel van Brede en versterkte Partnerschapsovereenkomst tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en hun lidstaten, enerzijds, en de Republiek Armenië, anderzijds· Financieel en economisch recht

Deze tekst geldt sinds 1 maart 2021

1. Elke partij heeft het recht vast te stellen welke universele-dienstverplichtingen zij in stand wenst te houden. 2. Deze verplichtingen worden niet per se concurrentiebeperkend geacht, mits zij op een evenredige, transparante, objectieve en niet-discriminerende wijze worden uitgevoerd. De uitvoering van dergelijke verplichtingen is ook neutraal met betrekking tot de mededinging en niet belastender dan nodig is voor de soort universele dienst die door de partij wordt vastgesteld. 3. Alle aanbieders van elektronische-communicatienetwerken of -diensten komen in aanmerking om een universele dienst te verlenen. De aanwijzing van aanbieders van universele diensten geschiedt door middel van een efficiënt, transparant, objectief en niet-discriminerend mechanisme. Indien nodig beoordeelt elke partij of het verlenen van universele diensten een onbillijke last vormt voor de aanbieder die is aangewezen om de universele diensten te verlenen. Wanneer dit op grond van een dergelijke berekening gerechtvaardigd is, bepalen de regelgevende autoriteiten, rekening houdend met het eventuele marktvoordeel voor een aanbieder die de universele dienst verleent, of er een mechanisme nodig is om de betrokken aanbieder te compenseren of de nettokosten van de universele-dienstverplichtingen te delen.

Rechtspraak bij dit artikel