**1.** De partijen zorgen ervoor dat een handelsmerk kan komen te vervallen wanneer het merk in een ononderbroken periode van ten minste drie jaar niet normaal op het desbetreffende grondgebied is gebruikt voor de waren of diensten waarvoor het ingeschreven is en er geen geldige reden is voor niet-gebruik ervan.
Vervallenverklaring van een handelsmerk kan echter door niemand worden gevorderd wanneer het merk in de periode tussen het verstrijken van de minimale driejarige periode en de instelling van de vordering tot vervallenverklaring, voor het eerst of opnieuw normaal is gebruikt.
Begin van gebruik of hernieuwd gebruik binnen drie maanden vóór de instelling van de vordering tot vervallenverklaring, met dien verstande dat de periode van drie maanden ten vroegste na het verstrijken van de ononderbroken periode van ten minste drie jaar van het niet gebruiken is ingegaan, wordt echter niet in aanmerking genomen indien de voorbereiding voor het begin van gebruik of het hernieuwd gebruik pas getroffen wordt nadat de merkhouder er kennis van heeft gekregen dat de vordering tot vervallenverklaring kan worden ingesteld.
**2.** Een handelsmerk kan eveneens vervallen worden verklaard wanneer het, na de datum waarop het is ingeschreven:
door toedoen of nalaten van de merkhouder de in de handel gebruikelijke benaming is geworden van een product of dienst waarvoor het is ingeschreven; of
als gevolg van het gebruik dat ervan wordt gemaakt door de merkhouder of met zijn toestemming, voor de waren of diensten waarvoor het geregistreerd is, het publiek kan misleiden, met name over de soort, de kwaliteit of plaats van herkomst van deze waren of diensten.
TITEL VI › HOOFDSTUK 7 › DEEL B › ONDERAFDELING II
Artikel 229
Gronden van verval
Onderdeel van Brede en versterkte Partnerschapsovereenkomst tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en hun lidstaten, enerzijds, en de Republiek Armenië, anderzijds· Financieel en economisch recht
Deze tekst geldt sinds 1 maart 2021