**1.** De partijen erkennen de waarde van internationaal goed bestuur en overeenkomsten op milieugebied als antwoord van de internationale gemeenschap op mondiale of regionale milieuproblemen en benadrukken de noodzaak de wederzijdse ondersteuning van handel en milieu te versterken. In die context verbinden de partijen zich ertoe waar nodig elkaar te raadplegen en samen te werken met betrekking tot onderhandelingen over handelsgerelateerde milieuvraagstukken en met betrekking tot andere handelsgerelateerde milieuaangelegenheden van wederzijds belang.
**2.** De partijen herbevestigen hun verbintenis om de multilaterale milieuovereenkomsten waarbij zij partij zijn, op doeltreffende wijze in hun wetgeving en praktijk ten uitvoer te leggen.
**3.** De partijen wisselen regelmatig informatie uit over hun respectievelijke situatie en voortgang met betrekking tot de ratificatie van multilaterale milieuovereenkomsten of de wijzigingen daarvan.
**4.** De partijen herbevestigen hun verbintenis ten aanzien van het bereiken van de uiteindelijke doelstelling van het Raamverdrag van de Verenigde Naties inzake klimaatverandering van 1992 („UNFCCC”) en het bijbehorende protocol van Kyoto van 1998 en de Overeenkomst van Parijs van 2015. Zij verbinden zich ertoe samen te werken aan de versterking van het multilaterale, op regels gebaseerde stelsel uit hoofde van het UNFCCC, alsook samen te werken aan de verdere ontwikkeling en uitvoering van het internationale kader tegen de klimaatverandering uit hoofde van het UNFCCC en de daarmee verband houdende overeenkomsten en besluiten.
**5.** Geen enkele bepaling in deze overeenkomst staat eraan in de weg dat de partijen maatregelen vaststellen of handhaven ter tenuitvoerlegging van de multilaterale milieuovereenkomsten waarbij zij partij zijn, op voorwaarde dat dergelijke maatregelen niet worden toegepast op een manier die een willekeurige of ongerechtvaardigde discriminatie tussen de partijen of een verkapte beperking van het handelsverkeer zou betekenen.
TITEL VI › HOOFDSTUK 9
Artikel 275
Internationaal goed bestuur en overeenkomsten op milieugebied
Onderdeel van Brede en versterkte Partnerschapsovereenkomst tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en hun lidstaten, enerzijds, en de Republiek Armenië, anderzijds· Financieel en economisch recht
Deze tekst geldt sinds 1 maart 2021