Naar hoofdinhoud

TITEL VI › HOOFDSTUK 11

Artikel 305

Uitgangspunten van de regelgeving

Onderdeel van Brede en versterkte Partnerschapsovereenkomst tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en hun lidstaten, enerzijds, en de Republiek Armenië, anderzijds· Financieel en economisch recht

Deze tekst geldt sinds 1 maart 2021

1. Elke partij streeft ernaar te garanderen dat de bedrijven als bedoeld in artikel 300 de internationaal erkende normen van behoorlijk ondernemingsbestuur naleven. 2. Elke partij zorgt ervoor dat met het oog op een doeltreffende en onpartijdige uitoefening van haar regelgevende opdracht in gelijksoortige omstandigheden met betrekking tot alle bedrijven waarover zij toezicht uitoefent, met inbegrip van overheidsbedrijven, bedrijven waaraan bijzondere rechten of privileges zijn toegekend, of aangewezen monopolies, elk regelgevend orgaan dat door een partij wordt opgericht of gehandhaafd, geen verantwoording verschuldigd is aan een van de bedrijven die het controleert. De onpartijdigheid waarvan het regelgevende orgaan bij zijn werkzaamheden blijk geeft, wordt geëvalueerd aan de hand van een algemeen model of een algemene praktijk van dat regelgevende orgaan. Voor die sectoren waarvoor de partijen in andere hoofdstukken specifieke verplichtingen zijn overeengekomen in verband met het regelgevende orgaan, zijn de relevante bepalingen in die andere hoofdstukken van kracht. 3. Elke partij zorgt ervoor dat de wet- en regelgeving op een consistente en niet-discriminatoire wijze wordt gehandhaafd, met inbegrip van de wet- en regelgeving voor ondernemingen als bedoeld in artikel 300.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel