Naar hoofdinhoud

TITEL VI › HOOFDSTUK 13 › AFDELING B

Artikel 318

Overleg

Onderdeel van Brede en versterkte Partnerschapsovereenkomst tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en hun lidstaten, enerzijds, en de Republiek Armenië, anderzijds· Financieel en economisch recht

Deze tekst geldt sinds 1 maart 2021

1. De partijen streven ernaar elk geschil op te lossen door te goeder trouw overleg te plegen om tot een onderling overeengekomen oplossing te komen. 2. Wanneer een partij de andere partij om overleg verzoekt, doet zij dat schriftelijk, met kopie aan het Partnerschapscomité, met vermelding van de maatregel waarom het gaat en welke van de bepalingen in deze titel zij van toepassing acht. 3. Het overleg wordt binnen 30 dagen na de datum van ontvangst van het verzoek gehouden en vindt, tenzij de partijen anders overeenkomen, plaats op het grondgebied van de partij waaraan het verzoek gericht is. Het overleg wordt 30 dagen na de datum van ontvangst van het verzoek geacht te zijn afgesloten, tenzij beide partijen overeenkomen het overleg voort te zetten. Het overleg, en in het bijzonder alle tijdens het overleg door de partijen verstrekte informatie en ingenomen standpunten, is vertrouwelijk en laat de rechten van de partijen in latere procedures onverlet. 4. Overleg over dringende aangelegenheden, zoals wanneer het bederfelijke waren, seizoensgebonden goederen of diensten of energie-gerelateerde aangelegenheden betreft, wordt binnen 15 dagen na de datum van ontvangst van het verzoek door de partij waaraan het gericht is, gehouden en wordt binnen hetzelfde tijdsbestek geacht te zijn afgesloten, tenzij beide partijen overeenkomen het overleg voort te zetten. 5. Een partij die om overleg verzoekt, kan een beroep doen op bemiddeling overeenkomstig artikel 319, indien: de partij waaraan het verzoek om overleg gericht is, niet binnen 10 dagen na de datum van ontvangst van het verzoek hierop reageert; het overleg niet binnen de in lid 3 of 4 van dit artikel genoemde termijn wordt gehouden; de partijen overeenkomen geen overleg te voeren; of het overleg is afgesloten zonder dat een onderling overeengekomen oplossing is bereikt. 6. Tijdens het overleg verstrekt elke partij voldoende feitelijke informatie, zodat een volledig onderzoek mogelijk is naar de wijze waarop de betrokken maatregel van invloed kan zijn op de werking en toepassing van de bepalingen van deze titel. Elke partij streeft ernaar de deelname te garanderen van personeel van hun bevoegde overheidsinstanties die deskundig zijn op het gebied waarover het overleg plaatsvindt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel