Naar hoofdinhoud

TITEL VI › HOOFDSTUK 13 › AFDELING C › ONDERAFDELING I

Artikel 325

Tussentijds verslag van het arbitragepanel

Onderdeel van Brede en versterkte Partnerschapsovereenkomst tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en hun lidstaten, enerzijds, en de Republiek Armenië, anderzijds· Financieel en economisch recht

Deze tekst geldt sinds 1 maart 2021

1. Uiterlijk 90 dagen na de datum van instelling van het arbitragepanel, legt het een tussentijds verslag voor aan de partijen. Wanneer het arbitragepanel van oordeel is dat deze termijn niet kan worden gehaald, stelt de voorzitter van het arbitragepanel de partijen en het Partnerschapscomité hiervan schriftelijk in kennis, met opgave van de redenen voor de vertraging en de datum waarop het arbitragepanel zijn tussentijds verslag denkt te kunnen voorleggen. In geen geval mag het tussentijds verslag later dan 120 dagen na de instelling van het arbitragepanel worden uitgebracht. 2. In dringende gevallen, als bedoeld in artikel 323, zoals wanneer het bederfelijke waren, seizoensgebonden goederen of diensten of energie-gerelateerde aangelegenheden betreft, stelt het arbitragepanel alles in het werk om zijn tussentijdse verslag binnen 45, maar in geen geval later dan 60 dagen na de datum van zijn instelling voor te leggen. 3. Een partij kan binnen 14 dagen na ontvangst van het tussentijdse verslag het arbitragepanel schriftelijk verzoeken bepaalde aspecten te heroverwegen, overeenkomstig artikel 324, lid 2. Dit verzoek wordt tegelijkertijd aan de andere partij meegedeeld. Een partij kan binnen 7 dagen na ontvangst van het schriftelijke verzoek van de andere partij aan het arbitragepanel aantekeningen daarbij maken.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel