Naar hoofdinhoud

TITEL VI › HOOFDSTUK 13 › AFDELING C › ONDERAFDELING II

Artikel 328

Redelijke termijn voor naleving

Onderdeel van Brede en versterkte Partnerschapsovereenkomst tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en hun lidstaten, enerzijds, en de Republiek Armenië, anderzijds· Financieel en economisch recht

Deze tekst geldt sinds 1 maart 2021

1. Indien onmiddellijke naleving niet mogelijk is, trachten de partijen overeenstemming te bereiken over de termijn waarbinnen het eindverslag moet worden nageleefd. In dat geval stelt de partij waartegen de klacht is gericht, uiterlijk 30 dagen na ontvangst van het eindverslag de klagende partij en het Partnerschapscomité in kennis van de tijd die zij nodig heeft om het verslag na te kunnen leven („redelijke termijn”). 2. Indien de partijen het niet eens zijn over een redelijke termijn, kan de klagende partij, binnen 20 dagen na ontvangst van de kennisgeving overeenkomstig lid 1, het oorspronkelijke arbitragepanel schriftelijk verzoeken om een redelijke termijn vast te stellen. Dit verzoek wordt tegelijkertijd aan de andere partij en aan het Partnerschapscomité meegedeeld. Uiterlijk 20 dagen na ontvangst van het verzoek legt het arbitragepanel zijn besluit over een redelijke termijn voor aan de partijen en aan het Partnerschapscomité. 3. De partij waartegen de klacht is gericht, stelt de klagende partij schriftelijk in kennis van haar vorderingen met betrekking tot de naleving van het eindverslag. Deze kennisgeving geschiedt schriftelijk, ten minste één maand voor afloop van de redelijke termijn. 4. De partijen kunnen de redelijke termijn in onderling overleg verlengen.

Rechtspraak bij dit artikel