Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK VII

Artikel 16

Weigeringsgronden ten aanzien van de verplichting tot het verlenen van bijstand

Onderdeel van Verdrag tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Republiek Belarus inzake samenwerking en wederzijdse administratieve bijstand in douanezaken· Belastingrecht

Deze tekst geldt sinds 1 juni 2019

1. Indien de bijstand waar uit hoofde van dit Verdrag om wordt verzocht een inbreuk zou kunnen vormen op de soevereiniteit, de veiligheid, de openbare orde of een ander wezenlijk nationaal belang van de staat van de aangezochte douaneadministratie, of rechtmatige handels- of beroepsbelangen zou kunnen schaden, kan deze bijstand door die aangezochte douaneadministratie worden geweigerd of worden verstrekt onder de voorwaarden die zij verlangt. 2. De bijstand kan door de aangezochte douaneadministratie worden uitgesteld indien er gronden zijn om aan te nemen dat een lopend onderzoek of een lopende vervolging of procedure hiermee wordt doorkruist. In een dergelijk geval pleegt de aangezochte douaneadministratie overleg met de verzoekende douaneadministratie om te bepalen of de bijstand kan worden verleend onder de voorwaarden die de aangezochte douaneadministratie verlangt. 3. Indien de douaneadministratie om bijstand verzoekt die zij desgevraagd zelf niet zou kunnen verschaffen, dient zij in haar verzoek op dat feit te wijzen. Het is vervolgens aan de aangezochte douaneadministratie om te besluiten hoe zij op een dergelijk verzoek reageert. 4. Indien de aangezochte douaneadministratie van mening is dat de inspanningen die moeten worden verricht om aan een verzoek te voldoen duidelijk niet in verhouding staan tot het beoogde nut voor de verzoekende douaneadministratie, kan zij de gevraagde bijstand weigeren. 5. Indien de bijstand wordt geweigerd of uitgesteld wordt de verzoekende douaneadministratie onverwijld in kennis gesteld van de redenen voor de weigering of het uitstel.

Rechtspraak bij dit artikel