Naar hoofdinhoud

Artikel 6

Maximumlimieten en goedkeuring van voorgestelde olievoorraadovereenkomsten

Onderdeel van Verdrag tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van Australië inzake olievoorraadovereenkomsten· Agrarisch recht

Deze tekst geldt sinds 19 oktober 2018

1. De bevoegde autoriteit van Australië wint advies in bij de bevoegde autoriteit van Nederland over eventueel van toepassing zijnde minimumhoeveelheden van olievoorraden die op jaarbasis moeten worden gecontracteerd. 2. De bevoegde autoriteit van Australië stelt de bevoegde autoriteit van Nederland in kennis van de olievoorraadovereenkomsten die worden gesloten overeenkomstig artikel 5 van dit Verdrag, om de goedkeuring van de bevoegde autoriteit van Nederland voor de olievoorraadovereenkomsten te vragen. Deze kennisgeving wordt gedaan ten minste een (1) maand voor aanvang van de looptijd van de olievoorraadovereenkomst en dient de volgende informatie te bevatten: de naam en het adres van de entiteit waarmee de overeenkomst is gesloten; de aard en de hoeveelheid van de olievoorraden waarop de overeenkomst betrekking heeft; de termijn gedurende welke de olievoorraden zullen worden aangehouden; en de locatie van de opslagruimte(n) waar de olievoorraden zullen worden aangehouden. 3. De bevoegde autoriteit van Nederland stelt de bevoegde autoriteit van Australië in kennis van het al dan niet goedkeuren van een olievoorraadovereenkomst die gemeld is overeenkomstig artikel 6, tweede lid, van dit Verdrag uiterlijk twee (2) weken voor aanvang van de looptijd van de olievoorraadovereenkomst waarvoor om goedkeuring is verzocht. 4. Indien er wezenlijke veranderingen zijn opgetreden ten opzichte van de informatie die in overeenstemming met het tweede lid van artikel 6, tweede lid, van dit Verdrag is verstrekt, stelt de bevoegde autoriteit van Australië de bevoegde autoriteit van Nederland daarvan in kennis. 5. De bevoegde autoriteit van Nederland heeft het recht om de goedkeuring voor een olievoorraadovereenkomst in te trekken indien er een wezenlijke onjuistheid is geconstateerd in de gegevens die in overeenstemming met artikel 6, tweede lid, van dit Verdrag aan haar zijn verstrekt, overeenkomstig de bepalingen van dit lid. Voordat een goedkeuring wordt ingetrokken krachtens deze bepaling, brengt de bevoegde autoriteit van Nederland de bevoegde autoriteit van Australië op de hoogte van het voornemen om zijn goedkeuring in te trekken voor een olievoorraadovereenkomst, waardoor de entiteit die de voorraadverplichting heeft en die de gegevens heeft vermeld, een redelijke gelegenheid heeft om de geconstateerde onjuistheid te verhelpen. Indien de onjuistheid aldus verholpen is, zal de bevoegde autoriteit van Nederland zijn goedkeuring met betrekking tot de olievoorraadovereenkomst niet intrekken. 6. Onverminderd de in artikel 6, tweede en derde lid, en artikel 8, tweede lid, van dit Verdrag vermelde termijnen, kunnen de bevoegde autoriteiten, indien bijzondere omstandigheden daartoe noodzaken, gezamenlijk overeenkomen een of alle termijnen te wijzigen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel