Naar hoofdinhoud

Artikel III

Aansprakelijkheid, vorderingen en rechtsmacht in strafzaken

Onderdeel van Verdrag tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Verenigde Staten van Amerika inzake de totstandkoming van een raamwerk voor samenwerking op het gebied van defensieaangelegenheden· Staats- en bestuursrecht

Deze tekst geldt sinds 1 november 2020

1. Ten aanzien van kwesties inzake de wettelijke aansprakelijkheid van elk van de partijen of de leden van de krijgsmacht of civiele dienst en strafrechtelijke rechtsmacht over leden van de krijgsmacht of civiele dienst, zijn het NAVO-Statusverdrag, de Legeringsovereenkomst of het Caribisch Statusverdrag, naargelang van toepassing, overeenkomstig hun voorwaarden van toepassing. 2. Ten aanzien van kwesties inzake wettelijke aansprakelijkheid waarop noch het NAVO-Statusverdrag, de Legeringsovereenkomst of het Caribisch Statusverdrag van toepassing zijn, is het onderstaande van toepassing uitgezonderd in het geval van het leasen of lenen van uitrusting en materiaal waarop artikel V (Leasen of lenen van uitrusting en materiaal) van dit Verdrag van toepassing is: Elke partij doet afstand van alle vorderingen tegen de andere partij wegens het oplopen van letsel door of het overlijden van haar personeel of schade aan haar eigendommen voortvloeiend uit de uitoefening van officiële taken. In het geval van vorderingen van derden wegens het oplopen van letsel door of het overlijden van personen of schade aan of verlies van eigendommen voortvloeiend uit de uitoefening van officiële taken, delen de partijen de kosten van dergelijke vorderingen in overeenstemming met de verdeling die is vermeld in de MvO of andere schriftelijke regelingen waarop dit Verdrag van toepassing is. Indien de partijen echter gezamenlijk vaststellen dat het letsel, het overlijden, de schade of het verlies binnen de reikwijdte van de leden 2.1 of 2.2 van dit artikel het gevolg zijn van roekeloos handelen of nalaten, opzettelijk handelen of grove nalatigheid van het militair personeel of burgerpersoneel van een partij, worden de kosten van enige vordering gedragen door die partij in overeenstemming met haar nationale regels, voorschriften en beleid. Vorderingen die voortvloeien uit een contract tot uitvoering van de MvO of andere schriftelijke regelingen waarop dit Verdrag van toepassing is, worden afgehandeld in overeenstemming met de bepalingen van het contract en worden geregeld tussen de nationale defensieorganisaties in overeenstemming met deze MvO of andere schriftelijke regelingen waarop dit Verdrag van toepassing is.

Rechtspraak bij dit artikel