**1.** De Verdragsluitende Partijen kunnen, voor zover hun nationale recht zich daar niet uitdrukkelijk tegen verzet, elkaars bevoegde diensten de mogelijkheid bieden tot rechtstreekse geautomatiseerde bevraging van politiedatabanken bedoeld in artikel 5, tweede lid, van dit Verdrag, ten behoeve van de in artikel 2 van dit Verdrag bedoelde doeleinden.
**2.** De bevraging, bedoeld in het eerste lid, is beperkt tot de enkele vaststelling of met betrekking tot een bepaalde persoon of een bepaald voorwerp gegevens in die databanken zijn opgenomen.
**3.** De bevraging mag uitsluitend in individuele gevallen en met inachtneming van het nationale recht van de verzoekende Verdragsluitende Partij worden uitgevoerd.
**4.** Indien de bevraging als bedoeld in het eerste lid uitwijst dat met betrekking tot een bepaalde persoon of een bepaald voorwerp gegevens in het bestand zijn opgenomen, dan kan de inhoud van die gegevens worden verkregen door toepassing van artikel 4 van dit Verdrag.
**5.** Indien Verdragsluitende Partijen de mogelijkheid als bedoeld in het eerste lid toepassen, dan wordt dit vastgelegd in een uitvoeringsovereenkomst tussen die Verdragsluitende Partijen. In de uitvoeringsovereenkomst worden de operationele en technische voorwaarden, voorzieningen en modaliteiten opgenomen die benodigd zijn voor de bevraging. In deze uitvoeringsovereenkomst wordt opgenomen welke van de in bijlage 6 van dit Verdrag bedoelde databanken de bevraging betreft. De bevoegde diensten kunnen de in dit artikel bedoelde bevraging pas uitvoeren na sluiting en inwerkingtreding van de uitvoeringsovereenkomst.
TITEL 2
Artikel 14
Hit/no hit bevraging van politiedatabanken
Onderdeel van Verdrag tussen het Koninkrijk België, het Groothertogdom Luxemburg en het Koninkrijk der Nederlanden inzake politiesamenwerking· Arbitrage
Deze tekst geldt sinds 1 oktober 2023