Naar hoofdinhoud

TITEL 3

Artikel 18

Bijstand in de vorm van personeel en materieel

Onderdeel van Verdrag tussen het Koninkrijk België, het Groothertogdom Luxemburg en het Koninkrijk der Nederlanden inzake politiesamenwerking· Arbitrage

Deze tekst geldt sinds 1 oktober 2023

1. De bevoegde diensten van de Verdragsluitende Partijen verlenen elkaar, in het kader van hun bevoegdheden en met inachtneming van hun nationale recht, op verzoek bijstand ten behoeve van de uitvoering van politietaken, voor zover het uitvoeren van een verzoek op grond van het nationale recht niet aan de justitiële autoriteiten is voorbehouden. De bijstand kan plaatsvinden door de terbeschikkingstelling van personeel en/of materieel. 2. Het verzoek wordt door de bevoegde dienst van de verzoekende Verdragsluitende Partij gericht aan de bevoegde dienst van de aangezochte Verdragsluitende Partij. Elke Verdragsluitende Partij duidt hiertoe één of meerdere nationale contactpunten aan en deelt deze mee aan de andere Verdragsluitende Partijen. 3. Het verzoek bevat een omschrijving van de aard, de duur en de specifieke doelstelling van het gewenste grensoverschrijdend optreden. Tevens wordt aangegeven of de uitvoering van het verzoek een eenmalige grensoverschrijding oplevert dan wel een reeks grensoverschrijdingen die binnen de vooropgestelde duur van de bijstandsverlening plaatsvindt. 4. De bevoegde dienst van de aangezochte Verdragsluitende Partij neemt onverwijld een gemotiveerde beslissing op het verzoek. Van de beslissing wordt zo spoedig mogelijk schriftelijk mededeling gedaan aan de bevoegde dienst van de verzoekende Verdragsluitende Partij. 5. De nationale contactpunten maken praktische afspraken over de wijze van uitvoering van het bijstandsverzoek. 6. Bij het ter beschikking stellen van materieel gaat een verzamelstaat, overeenkomstig het door de bevoegde diensten vastgestelde model. Deze verzamelstaat wordt door de ambtenaren van de verstrekkende Verdragsluitende Partij desgevraagd voorgelegd aan de bevoegde diensten en autoriteiten van de ontvangende Verdragsluitende Partij. Bij het leveren van materieel staat de verstrekkende Verdragsluitende Partij in voor de noodzakelijke opleiding en toelichting ten behoeve van het gebruik van het materieel.

Rechtspraak bij dit artikel