**1.** Indien zulks in het kader van de opsporing van strafbare feiten nodig wordt geacht door de zendstaat, kunnen ambtenaren van de zendstaat opsporingshandelingen verrichten op het grondgebied van een andere Verdragsluitende Partij. Het gaat daarbij enkel om opsporingshandelingen die de bevoegde ambtenaren van de gaststaat conform het daar van toepassing zijnde nationale recht zonder nadere opdracht of toestemming van justitiële autoriteiten kunnen uitoefenen.
**2.** Het verrichten van opsporingshandelingen als bedoeld in het eerste lid vindt plaats in aanwezigheid van de bevoegde dienst van de gaststaat. In geval het Koninkrijk België of het Groothertogdom Luxemburg gaststaat is, kunnen de bevoegde autoriteiten van de gaststaat en de zendstaat in onderling overleg afzien van de aanwezigheid van de bevoegde dienst van de gaststaat bij de uitvoering van de opsporingshandelingen. In dergelijk geval bepalen ze gezamenlijk de omkadering, de steun en de faciliteiten die de bevoegde diensten van de gaststaat zullen voorzien, en die een correcte uitvoering van de opsporingshandelingen verzekeren. Indien geen overeenstemming wordt bekomen over deze omkadering, wordt gehandeld overeenkomstig artikel 24, derde lid, van dit Verdrag.
**3.** Het verrichten van de opsporingshandelingen als bedoeld in het eerste lid geschiedt in overeenstemming met het nationale recht van de gaststaat, met inbegrip van de wettelijke taalregeling die geldt op de plaats waar de opsporingshandeling uitgevoerd wordt, en rekening houdend met modaliteiten gewenst door de zendstaat. Bij het verrichten van opsporingshandelingen volgen de ambtenaren van de zendstaat de aanwijzingen op van de aanwezige ambtenaar van de gaststaat.
**4.** Bij het verrichten van de opsporingshandelingen wordt in het bijzonder acht geslagen op de rechten van verdachten, getuigen en slachtoffers.
**5.** De ambtenaren van de zendstaat maken van de verrichte opsporingshandelingen een verslag op in de door de wetgeving van de gaststaat vereiste taal. In voorkomend geval maakt de begeleidende ambtenaar van de gaststaat van zijn aanwezigheid bij de uitvoering van de opsporingshandelingen een afzonderlijk verslag op, ter attentie van de bevoegde diensten van de zendstaat.
TITEL 3
Artikel 23
Grensoverschrijdende opsporing
Onderdeel van Verdrag tussen het Koninkrijk België, het Groothertogdom Luxemburg en het Koninkrijk der Nederlanden inzake politiesamenwerking· Arbitrage
Deze tekst geldt sinds 1 oktober 2023