Naar hoofdinhoud

TITEL 3

Artikel 25

Grensoverschrijdend vervoer en begeleiding van personen en goederen

Onderdeel van Verdrag tussen het Koninkrijk België, het Groothertogdom Luxemburg en het Koninkrijk der Nederlanden inzake politiesamenwerking· Arbitrage

Deze tekst geldt sinds 1 oktober 2023

1. De ambtenaren van een Verdragsluitende Partij kunnen hun opdrachten met betrekking tot het vervoer en de begeleiding van personen of goederen, aanvangen of voortzetten op het grondgebied van een andere Verdragsluitende Partij, mits daarvoor voorafgaande toestemming van de bevoegde autoriteit of dienst van de gaststaat is verkregen. Indien de bevoegde autoriteit of dienst van de gaststaat geen toestemming verleent voor het vervoer en de begeleiding van de personen of goederen, voert de bevoegde dienst van de gaststaat deze opdracht zelf uit, tenzij zij gegronde redenen heeft om anders te besluiten. 2. De in het eerste lid bedoelde personen betreffen in ieder geval personen die vervoerd en begeleid worden in het kader van de toepassing van de vreemdelingenwetgeving, personen die vervoerd en begeleid worden met het oog op een gerechtelijke procedure of een strafuitvoering, alsook personen die onder bescherming van de bevoegde autoriteit of diensten van de zendstaat staan. De in het eerste lid bedoelde goederen betreffen met name gevaarlijke of kostbare goederen. 3. Over de wijze van uitvoering van het vervoer en de begeleiding bedoeld in het eerste lid, met inbegrip van de communicatie tussen de bevoegde diensten, kunnen de bevoegde autoriteiten of diensten uitvoeringsafspraken maken die de specifieke modaliteiten voor verschillende categorieën van vervoer en begeleiding bevatten. 4. Met betrekking tot het vervoer en de begeleiding van personen in het kader van de toepassing van de vreemdelingenwetgeving worden de verschillende specifieke modaliteiten van uitvoering in een uitvoeringsovereenkomst vastgelegd. 5. Indien de bevoegde diensten van de Verdragsluitende Partijen van oordeel zijn dat een opdracht als bedoeld in het eerste lid, in een concreet geval een verhoogd risico inhoudt voor de veiligheid van personen of goederen op het grondgebied van de gaststaat, maken zij praktische afspraken over de voorwaarden waaronder dit vervoer en de begeleiding kunnen plaatsvinden en over de eventuele ondersteuning daarbij door de gaststaat.

Rechtspraak bij dit artikel