De ambtenaar van de zendstaat die optreedt op grond van artikel 19, eerste of vijfde lid, van dit Verdrag, is bevoegd om ter afwending van een acuut gevaar voor lijf, leden, goederen of gezondheid met inachtneming van het recht van de gaststaat, de nodige voorlopige maatregelen te treffen, die geen uitstel dulden, met dien verstande dat hij nooit maatregelen mag treffen die hij in vergelijkbare omstandigheden niet zou mogen treffen in de zendstaat.
TITEL 5
Artikel 38
Bevoegdheden in spoedeisende situaties
Onderdeel van Verdrag tussen het Koninkrijk België, het Groothertogdom Luxemburg en het Koninkrijk der Nederlanden inzake politiesamenwerking· Arbitrage
Deze tekst geldt sinds 1 oktober 2023