**1.** De partijen erkennen de noodzaak van een dringende, diepgaande en gestage vermindering van de wereldwijde uitstoot van broeikasgassen om de wereldwijde gemiddelde temperatuurstijging te beperken tot beduidend minder dan 2 °C in vergelijking met de pre-industriële niveaus en te streven naar een beperking van de temperatuurstijging tot 1,5 °C boven de pre-industriële niveaus, en nemen het voortouw bij het bestrijden van de klimaatverandering en de schadelijke gevolgen daarvan, onder meer door binnenlandse en internationale acties om antropogene broeikasgasemissies te beperken. De partijen werken samen, in voorkomend geval, binnen het kader van het Raamverdrag van de Verenigde Naties inzake klimaatverandering gedaan te New York op 9 mei 1992 om de doelstelling van dat verdrag door de uitvoering van de Klimaatovereenkomst van Parijs, gedaan te Parijs op 12 december 2015, te verwezenlijken en de multilaterale rechtskaders te versterken. Voorts streven zij ernaar de samenwerking in de desbetreffende andere internationale fora te versterken.
**2.** Met het oog op de bevordering van duurzame ontwikkeling streven de partijen ook naar samenwerking door het verbeteren van de informatie-uitwisselingen beste praktijken, en in voorkomend geval, het bevorderen van beleidscoördinatie met betrekking tot kwesties van gemeenschappelijk belang op het vlak van klimaatverandering, met inbegrip van de volgende vraagstukken:
beperking van de klimaatverandering door verschillende maatregelen zoals onderzoek en ontwikkeling van koolstofarme technologie, marktgebaseerde mechanismen en beperking van de emissies van verontreinigende stoffen met een korte levensduur;
aanpassing aan de negatieve gevolgen van de klimaatverandering; alsmede
bijstand aan derde landen.
Artikel 24
Klimaatverandering
Onderdeel van Strategische partnerschapsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en Japan, anderzijds· Financieel en economisch recht
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2025