Naar hoofdinhoud

Artikel 10

Regels inzake binnenkomst en inklaring

Onderdeel van Verdrag inzake luchtdiensten tussen het Koninkrijk der Nederlanden, ten behoeve van Curaçao, en de Staat Koeweit· Arbitrage

Deze tekst geldt sinds 1 september 2019

1. De wetten en voorschriften die in elke verdragsluitende partij van kracht zijn met betrekking tot de binnenkomst op of het vertrek uit haar grondgebied van passagiers, bemanningsleden, vracht en post aan boord van luchtvaartuigen (zoals voorschriften met betrekking tot binnenkomst, inklaring, immigratie, paspoorten, douane en quarantaine) zijn van toepassing op passagiers, bemanningsleden, vracht en post aan boord van een luchtvaartuig van een door de andere verdragsluitende partij aangewezen luchtvaartmaatschappij zolang het op het grondgebied van de eerstgenoemde verdragsluitende partij verblijft. 2. De wetten en voorschriften van de ene verdragsluitende partij met betrekking tot de toelating tot, het verblijf op of het vertrek uit haar grondgebied van luchtvaartuigen die voor internationale luchtdiensten worden ingezet, of met betrekking tot de exploitatie van en het vliegen met deze luchtvaartuigen die zich op haar grondgebied bevinden, worden, zonder onderscheid naar nationaliteit, toegepast op luchtvaartuigen geëxploiteerd door de luchtvaartmaatschappij of luchtvaartmaatschappijen van de andere verdragsluitende partij en worden door deze luchtvaartmaatschappij of luchtvaartmaatschappijen nageleefd zodra deze luchtvaartuigen het grondgebied van de andere verdragsluitende partij binnenkomen, het verlaten of erop verblijven.

Rechtspraak bij dit artikel