Naar hoofdinhoud
1. De eerbiediging van de democratische beginselen, de rechtsstaat en de fundamentele rechten van de mens, zoals vastgelegd in de Universele Verklaring van de rechten van de mens en andere toepasselijke internationale mensenrechteninstrumenten waarbij de partijen partij zijn, ligt ten grondslag aan het binnenlandse en het buitenlandse beleid van de partijen en is een essentieel element van deze overeenkomst. 2. De partijen bevestigen dat zij de waarden delen die zijn vastgelegd in het Handvest van de Verenigde Naties (VN-Handvest). 3. De partijen bevestigen dat zij zich ertoe verbinden duurzame ontwikkeling te stimuleren, samen te werken om het probleem van klimaatverandering aan te pakken en bij te dragen tot de verwezenlijking van de millenniumdoelstellingen voor ontwikkeling. 4. De partijen bevestigen dat zij belang hechten aan de beginselen van goed bestuur, de rechtsstaat met inbegrip van de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht, en corruptiebestrijding. 5. De partijen komen overeen dat de samenwerking in het kader van deze overeenkomst zal geschieden volgens hun eigen wet- en regelgeving.

Rechtspraak bij dit artikel