Naar hoofdinhoud
1. Elk van beide partijen staat toe dat alle overmakingen met betrekking tot een onder de overeenkomst vallende investering zonder beperking of vertraging worden verricht in vrij converteerbare valuta. Die overmakingen omvatten: kapitaalinbreng, zoals aanvangskapitaal en extra middelen voor het aanhouden, uitbreiden of verhogen van de onder de overeenkomst vallende investering; winsten, dividenden, kapitaalwinsten en ander rendement, opbrengsten uit de verkoop van de onder de overeenkomst vallende investering of een deel daarvan, of opbrengsten uit de gedeeltelijke of gehele liquidatie van de onder de overeenkomst vallende investering; uitkeringen van rente en royalty’s, vergoedingen voor beheer en technische steun alsmede andere vormen van vergoedingen; betalingen in het kader van een door de onder de overeenkomst vallende investeerder gesloten contract of van zijn onder de overeenkomst vallende investering, met inbegrip van betalingen uit hoofde van een leningsovereenkomst; inkomsten en andere bezoldigingen van uit het buitenland aangeworven personeel dat werkzaam is in verband met een onder de overeenkomst vallende investering; betalingen op grond van artikel 2.6 (Onteigening) en artikel 2.5 (Compensatie van verliezen); betalingen voortvloeiend uit artikel 3.18 (Uitspraken). 2. Niets in dit artikel mag zodanig worden uitgelegd dat een partij wordt belet op billijke en niet-discriminerende wijze toepassing te geven aan haar wettelijke regeling betreffende: faillissement, insolventie of crediteurenbescherming; de uitgifte van, de handel in of de verhandeling van effecten, futures, opties of derivaten; de financiële verslaglegging of registratie met betrekking tot overmakingen, wanneer dat noodzakelijk is ter ondersteuning van de met de rechtshandhaving of financiële regelgeving belaste instanties; strafbare feiten; waarborgen dat wordt voldaan aan beschikkingen of uitspraken in gerechtelijke of administratieve procedures; socialezekerheidsregelingen, wettelijke pensioenregelingen of verplichte spaarregelingen, of belastingheffing. 3. Wanneer in uitzonderlijke omstandigheden sprake is van ernstige moeilijkheden of de dreiging daarvan voor het monetaire beleid of het wisselkoersbeleid van een partij, mag de betrokken partij tijdelijk vrijwaringsmaatregelen met betrekking tot overmakingen nemen. Die maatregelen moeten strikt noodzakelijk zijn, zijn in geen geval langer dan zes maanden geldig23)De geldigheidsduur van vrijwaringsmaatregelen kan in aanhoudende uitzonderlijke omstandigheden worden verlengd door deze formeel opnieuw vast te stellen en na de andere partij hiervan in kennis te hebben gesteld. en vormen geen middel tot willekeurige of ongerechtvaardigde discriminatie tussen een partij en een derde land in vergelijkbare situaties. Een partij die vrijwaringsmaatregelen neemt, stelt de andere partij daarvan onmiddellijk in kennis en legt zo spoedig mogelijk een tijdschema voor de opheffing van deze maatregelen voor. 4. In geval van ernstige problemen of dreigende ernstige problemen op het gebied van de betalingsbalans en de buitenlandse financiële positie kan een partij beperkende maatregelen ten aanzien van overdrachten in verband met investeringen instellen of handhaven. 5. De partijen vermijden de toepassing van beperkende maatregelen als bedoeld in lid 4 zoveel mogelijk. Beperkende maatregelen die krachtens lid 4 worden ingesteld of gehandhaafd, mogen geen discriminerend karakter hebben, zijn van beperkte duur en mogen niet verder gaan dan noodzakelijk is om de moeilijkheden betreffende de betalingsbalans en de buitenlandse financiële positie op te lossen. Zij moeten, naar gelang van het geval, in overeenstemming zijn met de voorwaarden van de Overeenkomst van Marrakesh tot oprichting van de Wereldhandelsorganisatie, gedaan te Marrakesh op 15 april 1994 (hierna „WTO-Overeenkomst” genoemd) en de Statuten van het Internationaal Monetair Fonds. 6. Wanneer een partij beperkende maatregelen in de zin van lid 4 instelt of handhaaft of dergelijke maatregelen wijzigt, stelt zij de andere partij daarvan onmiddellijk in kennis. 7. Wanneer beperkingen in de zin van lid 4 worden ingesteld of gehandhaafd, wordt hierover onmiddellijk overleg gevoerd in het Comité. Tijdens dit overleg worden de betalingsbalanspositie van de betrokken partij en de in het kader van lid 4 ingestelde of gehandhaafde beperkingen beoordeeld, waarbij onder meer rekening wordt gehouden met de volgende factoren: de aard en omvang van de betalingsbalansmoeilijkheden en de moeilijkheden met betrekking tot de buitenlandse financiële positie; de economische positie en de handelssituatie ten opzichte van het buitenland, of andere corrigerende maatregelen die genomen kunnen worden. Het overleg heeft betrekking op de verenigbaarheid van de beperkende maatregelen met de leden 4 en 5. Alle bevindingen van statistische en andere aard met betrekking tot deviezen, monetaire reserves en de betalingsbalans die van het Internationaal Monetair Fonds (hierna de „IMF” genoemd) afkomstig zijn, worden aanvaard, en de conclusies worden gebaseerd op het oordeel van het IMF over de betalingsbalans en de externe financiële positie van de betrokken partij.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel