Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK DRIE › AFDELING B

Artikel 3.31

Tussentijds panelverslag

Onderdeel van Investeringsbeschermingsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek van Singapore, anderzijds· Financieel en economisch recht

1. Het arbitragepanel legt uiterlijk 90 dagen na de datum van zijn instelling een tussentijds verslag aan de partijen voor, dat de resultaten van het feitenonderzoek, de toepasselijkheid van de desbetreffende bepalingen van deze overeenkomst, alsmede de aan zijn bevindingen en aanbevelingen ten grondslag liggende beweegredenen vermeldt. Wanneer het arbitragepanel van oordeel is dat deze termijn niet kan worden gehaald, stelt de voorzitter van het arbitragepanel de partijen en het Comité hiervan schriftelijk in kennis, met opgave van de redenen voor de vertraging en de datum waarop het panel zijn tussentijds verslag denkt te kunnen voorleggen. In geen geval mag het tussentijds verslag later dan honderdtwintig dagen na de datum van instelling van het arbitragepanel worden voorgelegd. 2. Elk van beide partijen kan binnen 30 dagen nadat zij van het verslag in kennis is gesteld het arbitragepanel schriftelijk verzoeken bepaalde aspecten van het tussentijdse verslag te heroverwegen. 3. In dringende gevallen stelt het arbitragepanel alles in het werk om zijn tussentijds verslag voor te leggen binnen de helft van de in lid 1 respectievelijk lid 2 genoemde termijn en kan elk van beide partijen het arbitragepanel schriftelijk verzoeken bepaalde aspecten van het tussentijds verslag te heroverwegen binnen15 dagen na de kennisgeving. 4. Het arbitragepanel kan het tussentijds verslag naar aanleiding van schriftelijk commentaar van de partijen wijzigen en, wanneer het dat zinvol acht, de zaak nader onderzoeken. In de definitieve uitspraak van het panel worden de in de tussentijdse fase naar voren gebrachte argumenten afdoende besproken en wordt duidelijk ingegaan op het schriftelijk commentaar van beide partijen.

Rechtspraak bij dit artikel