**1.** Uiterlijk 30 dagen na ontvangst van de kennisgeving van de uitspraak van het arbitragepanel aan de partijen stelt de partij waartegen de klacht gericht is de klagende partij en het Comité in kennis van de tijd die zij nodig heeft om de uitspraak van het arbitragepanel na te kunnen leven (hierna „redelijke termijn” genoemd) indien onmiddellijke naleving niet mogelijk is.
**2.** Indien de partijen het niet eens zijn over een redelijke termijn voor naleving van de uitspraak van het arbitragepanel, verzoekt de klagende partij binnen 20 dagen na ontvangst van de kennisgeving als bedoeld in lid 1 door de partij waartegen de klacht gericht is, het oorspronkelijke arbitragepanel schriftelijk om een redelijke termijn vast te stellen. Dit verzoek wordt tegelijkertijd medegedeeld aan de andere partij en aan het Comité. Binnen 20 dagen na de indiening van het verzoek maakt het oorspronkelijke arbitragepanel zijn uitspraak aan de partijen bekend en stelt het het Comité hiervan in kennis.
**3.** Wanneer een van de leden van het oorspronkelijke arbitragepanel niet meer beschikbaar is, zijn de in artikel 3.29 (Instelling van arbitragepanel) beschreven procedures van toepassing. De termijn voor de bekendmaking van de uitspraak bedraagt 35 dagen na de datum van indiening van het in lid 2 bedoelde verzoek.
**4.** De partij waartegen de klacht gericht is, stelt de klagende partij ten minste een maand voor afloop van de redelijke termijn schriftelijk in kennis van de vorderingen die zij maakt bij de naleving van de uitspraak van het arbitragepanel.
**5.** De partijen kunnen de redelijke termijn in onderling overleg verlengen.
HOOFDSTUK DRIE › AFDELING B
Artikel 3.34
Redelijke termijn voor naleving
Onderdeel van Investeringsbeschermingsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek van Singapore, anderzijds· Financieel en economisch recht