**1.** Een beroep op de bepalingen van deze afdeling over de beslechting van geschillen doet geen afbreuk aan enige maatregel in het kader van de WTO, waaronder geschillenbeslechtingsprocedures.
**2.** Onverminderd het bepaalde in lid 1 kan een partij, wanneer zij in verband met een specifieke maatregel een procedure voor de beslechting van een geschil heeft ingeleid, hetzij krachtens deze afdeling, hetzij krachtens de WTO-Overeenkomst, in verband met dezelfde maatregel geen procedure voor geschillenbeslechting in het andere forum inleiden totdat de eerste procedure is afgesloten. Bovendien mag een partij enkel een procedure voor de beslechting van een geschil krachtens deze afdeling en krachtens de WTO-Overeenkomst inleiden wanneer het geschil betrekking heeft op fundamenteel verschillende verplichtingen uit hoofde van beide overeenkomsten of wanneer het gekozen forum om procedurele of bevoegdheidsredenen geen uitspraak kan doen in de procedure ten aanzien van de schending van die verplichting, voor zover de onmogelijkheid van het forum om uitspraak te doen niet het gevolg is van het verzuim van een partij bij het geschil om zorgvuldig te handelen.
**3.** Voor de toepassing van lid 2 worden:
procedures voor de geschillenbeslechting krachtens de WTO-Overeenkomst geacht te zijn ingeleid wanneer een partij overeenkomstig artikel 6 van het Memorandum van overeenstemming inzake de regels en procedures betreffende de beslechting van geschillen, dat is neergelegd in bijlage 2 bij de WTO-Overeenkomst (hierna „DSU” genoemd), een verzoek om instelling van een panel indient en worden zij geacht te zijn beëindigd wanneer het DSB overeenkomstig artikel 16 en artikel 17, lid 14, van het DSU het verslag van het panel respectievelijk, in voorkomend geval, het verslag van de Beroepsinstantie goedkeurt, en
procedures voor de geschillenbeslechting krachtens deze afdeling geacht te zijn ingeleid wanneer een partij overeenkomstig artikel 3.28 (Inleiding van arbitrageprocedure), lid 1, een verzoek om instelling van een arbitragepanel indient en worden zij geacht te zijn beëindigd wanneer het arbitragepanel overeenkomstig artikel 3.32 (Uitspraak van arbitragepanel), lid 2, zijn uitspraak aan de partijen en aan het Comité bekendmaakt of wanneer de partijen overeenkomstig artikel 3.39 (Onderling overeengekomen oplossing) een onderling overeengekomen oplossing hebben bereikt.
**4.** Geen enkele bepaling in deze afdeling belet dat een partij de opschorting van de verplichtingen die is toegestaan door het DSB, ten uitvoer legt. Er kan geen beroep worden gedaan op de WTO-Overeenkomst of de EUSFTA om te beletten dat een partij passende maatregelen treft krachtens artikel 3.36 (Tijdelijke maatregelen bij niet-naleving) van deze afdeling.
HOOFDSTUK DRIE › AFDELING B
Artikel 3.45
Verhouding tot WTO-verplichtingen
Onderdeel van Investeringsbeschermingsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek van Singapore, anderzijds· Financieel en economisch recht