Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK DRIE › AFDELING A

Artikel 3.5

Bericht van voornemen om geschil aan geschillenbeslechting te onderwerpen

Onderdeel van Investeringsbeschermingsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek van Singapore, anderzijds· Financieel en economisch recht

1. Indien het geschil niet binnen drie maanden na de indiening van het verzoek om overleg kan worden beslecht, kan de eiser een schriftelijk bericht sturen van zijn voornemen om het geschil aan geschillenbeslechting te onderwerpen, met vermelding van de volgende informatie: de naam en het adres van de eiser en, indien het verzoek wordt ingediend namens een plaatselijk gevestigde onderneming, de naam, het adres en de plaats van oprichting van de plaatselijk gevestigde onderneming; de bepalingen van hoofdstuk twee (Bescherming van investeringen) die zouden zijn geschonden; de wettelijke en feitelijke basis van het geschil, met inbegrip van de behandeling waarvan wordt gesteld dat zij een schending van de bepalingen van hoofdstuk twee (Bescherming van investeringen) vormt; en de gevraagde maatregel(en) en het geraamde verlies of de geraamde schade die de eiser of zijn plaatselijk gevestigde onderneming door die schending zou hebben geleden. Het bericht van het voornemen om het geschil aan geschillenbeslechting te onderwerpen wordt gezonden aan de Unie of aan Singapore, naar gelang het geval. 2. Wanneer een bericht van het voornemen om het geschil aan geschillenbeslechting te onderwerpen aan de Unie is gezonden, bepaalt deze binnen twee maanden na de datum van ontvangst van het bericht wie de verweerder is. De Unie brengt de eiser onverwijld op de hoogte van haar beslissing dienaangaande, op basis waarvan de eiser een verzoek overeenkomstig artikel 3.6 (Indiening van verzoeken bij het Gerecht) kan indienen. 3. Wanneer geen verweerder is bepaald overeenkomstig lid 2, zijn de volgende bepalingen van toepassing: ingeval het bericht van het voornemen om het geschil aan geschillenbeslechting te onderwerpen uitsluitend betrekking heeft op de behandeling door een lidstaat van de Unie, treedt die lidstaat als verweerder op; ingeval het bericht van het voornemen om het geschil aan geschillenbeslechting te onderwerpen betrekking heeft op de behandeling door een instelling, orgaan of agentschap van de Unie, treedt de Unie als verweerder op. 4. Wanneer de Unie of een lidstaat als verweerder optreedt, stelt de Unie noch de betrokken lidstaat dat een geschil niet-ontvankelijk is of anderszins dat een geschil ongegrond of een uitspraak ongeldig is, op grond dat de verweerder eigenlijk de Unie en niet de lidstaat moet of had moeten zijn, of omgekeerd. 5. Voor alle duidelijkheid: niets in deze overeenkomst of de toepasselijke geschillenbeslechtingsregels vormt een beletsel voor de uitwisseling van alle op een geschil betrekking hebbende informatie tussen de Unie en de betrokken lidstaat.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel